Bas ten Have

Texel

Bas ten Have het verhaal

Bas is de zoon van Joop ten Have en Corrie Wolters. Hij is in 1959 geboren in het Terborgseveld in Silvolde en verhuisde met zijn ouders, broer Hans en zus Maud in 1963 naar de verfhandel in de Prins Bernhardstraat in Silvolde.

Bas vertelt:

Moeder Corrie had in het blad Margriet een oproep gelezen. Dat leek haar wel iets voor haar achtjarige zoontje Bas, een brief schrijven aan koningin Beatrix omdat Willem Alexander één jaar was geworden. Bas zijn inzending werd bij Margriet goed ontvangen en kwam “fotografisch overgenomen” terecht in een boekje vol kinderbrieven en –tekeningen met de titel “Lieve Prinses Beatrix” Hij schreef in keurige letters: “Ik ben pas jarig geweest en ik heb van Thea een slaapmuts gekregen, een vuurrode met een blauwe pluim en voorop staat welterusten. Al(s) Prins Claus of alexandertje ook las van koude kop hebben, wil thea ook wel een slaapmuts maken, daar zet ze dan op gute nacht Claus” . Thea Böhmer was onze hulp in de huishouding. Ik schreef links vandaar dat de brief begint met: “ Ik kan alleen maar met mijn linkerhand schrijfen, maar ik zal toch proberen het netjes te doen”.

 ‘Home is where the heart is’, luidt een oud Engels spreekwoord. Ik voel me knetter-content op Texel, dat wel enige overeenkomsten heeft, met het Silvolde, dat ik me herinner uit de jaren ‘60 en ‘70. We ‘kennen hier mekaar’ ook; we weten ‘ wie d’r hier een van die en die is’; we denken ook ‘dat we hier , als nergens anders, een feesie kunnen maken’, we weten de goeie en de slechte dingen van mekaar en houden elkaar een beetje in het oog; verder doet de landelijkheid en de ruimte hier wel aan dat Silvolde denken, van toen. ‘My heart’ was in de jaren ‘60 en ‘70 in Zillewold, maar in de jaren ‘80 en ‘90 ook in Doetinchem, Nijmegen en Arnhem. Ik heb de rare eigenschap om er overal wat van proberen te maken. En da’s momenteel dus op het dekselse Texel.

Maar als ik dan in mijn kop naar de jaren ‘60 en ‘70 ga, komen er toch warme en minder warme beelden binnen. Mijn oudste herinnering was op de kleuterschool, van de nonnen, waar nu het huidige Kloosterhof is gevestigd. De bubs werd daar op niet al te zachtzinnige manier bij elkaar gehouden, door de nonnen. Ik zat daar, met mijn ietwat koppige inslag, bijna dagelijks, met mijn neus tegen de wand, op de knieën, voor het schoolbord. Zelfs op mijn verjaardag moest ik daar uiterst vernederend plaatsnemen.

Bron : De schoolfoto met bijbehorende namen is afkomstig uit het boek Van habijt naar spijkerbroek uit 2006.

Ook de weinig agogische aanpak op de ‘Heilig Hart(!)’ jongensschool blijft me tot heden bij. Daar werd de orde bewaakt met de vlakke hand, in combinatie met straffen als, de tafel van 500 tot 600 in een schrift schrijven; wat was ik in die tijd blij met de rekenmachine op het kantoor van pa.
Het jaar dat de meisjes en de jongensschool fuseerden, ging ik naar de zesde klas. Nondeju, wat waren wij een binken in de ogen van die meiden ( volgens onszelf dan). De meisjes waren naar de jongensschool gekomen. Dat was vreemd voor ons. Jaren van hardhandige tucht, en dan ineens meisjes bij je in de klas. Leraren hielden zich in, toch kreeg ik nog geregeld een gemene tik. Die meiden zeiden me het jaren later nog, dat had indruk op ze gemaakt. Goed was dan ook mijn dag toen 1 van de meiden, Lies Bosman een flinke draai om de oren kreeg ( leedvermaak?) Bijzonder van de zesde klas is hoeveel mensen er al van dood zijn. Gauw een stuk of tien, denk ik.

Op het Isala college kon men ook  niet goed uit de voeten met mijn karaktertje. Daar werd ik na ruim twee jaar vanaf getrapt. Toen kwam ik terecht op de Bleumersmavo, waar de orde weer op de voor mij bekende wijze met lijfstraffen werden gecorrigeerd. Hierna volgde Bas de GSGD in Doetinchem. Ondertussen wist ik me uitstekend te vermaken in de omgeving. Op zaterdag verdiende ik wat zakgeld door Chevron benzine te verkopen en de boel opruimen bij Garage ten Have.

Heerlijke zomers op het zwembad en in het bos, waar ik o.a. kennismaakte met ‘de liefde’. Eerst nog van de andere sekse, maar ook van mijn eigen sekse. Heerlijke tijden in jongerendisco ‘de Bonkelaar’ en toen ik er de leeftijd voor had, disco ‘Illusion’. Het was een ontdekkingstocht van ‘wat allemaal niet mocht’. De termen sex, drugs en rock ‘n roll omvatten deze tijd wel. Het was echt een heerlijke tijd, zeker ook rond carnaval en kermistijd. Je had het gevoel dat het dorp het centrum van de wereld was, zeker met een vader en moeder die dat in liedjes en gedichten telkens weer bevestigden. Na de GSGD in Doetinchem heb ik sinds 1980  in de zorg voor verstandelijk gehandicapten eerst bij Fatima in Nieuw Wehl en later bij ’s Koonings Jaght in Arnhem gewerkt. Toen ik daar woonde leerde ik Cor van Heerwaarden kennen die in Den Hoorn het theaterrestaurant Klif 12 had,  (in 2017 is de zaak overgedaan)  Ik kwam daar regelmatig en besloot na een tijd om daar in 1995 naar toe te gaan en om in zijn zaak te gaan werken. Daar brachten we met een eigen groep een aantal keren per week een cabaretesk programma, tijdens en tussen de gangen van het eten door.

Hoi Rob, hier een foto van mij uit de klif 12 tijd. Ik heb er altijd graag mime gedaan; een verhaal vertellen met je lijf en je gezicht! Gr. Bas
 

In schoolvakanties deden we er ook superleuke programma’s voor kinderen, wat helemaal supertof was. Ik heb er 20 jaar de rol vervuld van Burgermeester Bas. Texel lijkt een beetje op het Silvolde dat ik me herinner uit de jaren ‘60; veel ruimte, weilanden, een overzichtelijk dorp, bos ; ik was er wel weer aan toe, na 15 jaar in steden gewoond te hebben. Momenteel doe ik vrijwilligerswerk, met oa een gozer met het syndroom van Down. Verder kan ik als gevolg van een auto-ongeluk uit ‘82 niet zo heel veel meer. Ik heb er tot 2017 mee door gehannest, maar moest de conclusie trekken dat het niet meer gaat.

Hij voelt zich als inwoner van Texel als een vis in het water, maar zijn Silvoldse dialect heeft hij nog niet verleerd. Onder de schuilnaam “Bereopsachterhoeker” schreef Bas columns in het toeristische blad Texel Nu. Ja ik ben daar echt altijd nog “de Achterhoeker”. Eerlijk gezegd geniet ik daarvan. Met het schrijven van deze columns is hij in 2016 gestopt.

Ik ben al enkele jaren bezig mijn verhaal op papier te krijgen; deels autobiografisch, deels fictief. Ik heb best een aantal heftige dingen meegemaakt, oa dus dat klote ongeluk in ‘82, waar ze me voor dood naar het ziekenhuis brachten en waar ik nog jaren mee aan het revalideren ben geweest. Mensen zeggen wel eens dat ik het nooit goed verwerkt heb, maar daar ben ik het niet mee eens. Ik word nog dagelijks 24/7 herinnert aan dat ongeluk; veel beperkingen en pijn. Ik ben niet boos op anderen, heb iedereen vergeven, maar toch, ik zit met een boel vervelende consequenties. Het boek wordt luchtig, met veel grappen, gedichten, liedteksten, kunst ; ik heb er ook een superleuke vorm voor gevonden. Ik hoop het deze winter af te krijgen.

Ik kom nog graag in het dorp, voor familie en vrienden,  maar dat heeft meer met hen te maken. Je kijkt er nu anders naar, de ruimte is behoorlijk opgeslokt; het winkelbestand (waar is toch die lieve Mientje Kok Heins gebleven?) is nogal gekrompen; en als ik dan het dorp zo zie, denk ik “ centrum van de wereld?”, tja, het centrum is een goeie kroeg. De kroeg waar ik vroeger als kleuter en jong menneke nog bij opa en Gert Meier op een barkruk klom. 

Maar ik ben ervan overtuigd dat je je er goed kunt voelen, zolang je ‘Heart er je Home is.

 

23 november 2018

SilvoldePediA
Ulftseweg 26
7064 BD Silvolde
tel. 0315 – 342 600
mail@CRSilvolde.nl