Stef Beumer

Revab en De geschiedenis van Silvolde

Het verhaal is in 2006 geschreven.

Een halve eeuw buisverwerking en rolstoelbouw in Silvolde

    

    

  

   

    

    

Een halve eeuw buisverwerking en rolstoelbouw in Silvolde.

Het is 1956 een regenachtige morgen op het marktplein in Silvolde. Mensen spoedden zich op fietsen, bromfietsen, bakfietsen, tractors en paardekarren door het dorp. Daar komt Toon Beumer op de bromfiets met lange leren jas en timmy pet

Een bundel stalen buizen van 6 meter op de nek. Komend van Doesburg. Dorpsfiguren, houtsprokkelaars, landlopers, zuiplappen, losbollen en dienstboden groeten elkaar of blijven staan praten. Er hangt een geur van mest, aarde, gras, hooi en zaagsel. Als hij bij de A&O winkel, van de Prins Bernhardstraat de Lichtenbergseweg inrijdt, schreeuwt Harry Veenderink, van de Boerenleenbank, die zich ook op de fiets in de bocht bevindt:“ Teun a’j geld neudig hebt moi ’t zeggen “.

Dankzij tante Marie, die veel  foto’s  maakte, kunnen  we  de geschiedenis van een halve eeuw buisverwerking en rol- stoelbouw goed terughalen, beschrijven en documenteren. Haar camera van bakeliet en celluloid was ver voor de oorlog gekocht maar kon moeiteloos de slag maken naar kleurenfilms. Omdat de familie dichtbij elkaar woonde is er geen brievenschat waarop een beroep kon worden gedaan maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door het grote fotobestand.

Dit verhaal wil geen verhaal zijn van krantenjongen tot gladde jongen, maar geeft meer een tijdsbeeld weer van Silvolde in de jaren 50 van de vorige eeuw. Hier sta ik relatief langer bij stil dan bij de bedrijfsgeschiedenis. Het is een tijdsgewricht met enorme veranderingen in een imploderende kleine antieke wereld en een exploderende wereld van vernieuwingen. Het latere bedrijf is relatief een steriel en professioneel geleide organisatie, door de pioniersfase heen gekomen en gedifferentieerd en geïntegreerd en minder memorabel dan de aanvankelijke romantische pionierstijd in de dorpsidylle bij de duinboerderij.

Stef Beumer,

Silvolde, 17 juni 2006.

Gedicht over Silvolde van H. Kooger:

Dwalend in Silvolde slaat weemoed toe nog hoor je de stappen van stille Clarissen achter de muren en hun stemmen die zongen van de eeuwige glorie zij verdwenen uit de Achterhoek, net als klooster en beelden. Hun gezichten en daden leven voort in onze harten.

Gedicht over Zillewold 1987 door Ben Donderwinkel en Hans ten Have:

Nog éénmaol deur old Zillewold gaon, In mien fantasie,

Um héél efkes stil te stoan bi'j wa’k d’r niet meer zie.

Nog éénmaol deur old Zillewold gaon, och, dan besef i’j pas

Hoe weinig of d’r aover bleef, van wat d’r vrôgger was.

Ik mag sôms graag ’s dreumen, van Zillewolds olde buurt de mooie olde mensen, die’j nauwelijks nog heurt.

De olde pannekoekenhoek, en ook de achterklep

Woar’k as kind vaak liep te spöllen, wa’k nooit vergèten heb.

De bottermarkt verdwenen, ’t patronaat is weg

En Lewiszoong, “de broodkas” knipt nooit meer de heg

Veur in de Veldstraot ôp de bult, woar’j Kuupkes Mulder zag, ’t Café van Jozef Bongers, en Albert Walkenbach.

Weg ook de olde smidse, van Jan van Raay in ’t gat ’t Klooster afgebraoken, de jongensschool ligt plat

Die olde beelden van ons dorp, ze zun verleden tied

‘k Kan d’r enkel nog van dreumen, moar ik vergèèt ze niet.

De Geschiedenis.

Er staan nergens in Nederland zoveel kastelen als in de Achterhoek. Zegt dit iets over onze aard, de vruchtbaarheid, economisch belang en het fraaie landschap

Philip van Heinsberg, aartsbisschop van Keulen kocht 1188 het hoofdhof, curtis, Silvolde. De plaats waar nu de Protestante kerk staat. De koopakte meldt dat het hof bewerkt gebied is. De aankoop van Silvolde vindt plaats onder acte Nr.70. Domus Selvolde, voor de prijs van 50 zilvermarken. Het castrum, versterking, Silvolde wordt ge- bied van Keulen (Terra Coloniensis). Silvolde is de eerste plaats aan de andere kant van de Oude IJssel. Keulen wil hiermee de territoriale politieke macht uitbreiden in noordelijke richting en Silvolde wordt gezien als een speerpunt. De naam Silvolde betekent: volde=wald (elzen, wilgen en laag struikgewas).

Sel of Sil = gebouw met één kamer.

Silvolde behoort vanaf de oprichting bij Bisdom Münster die door St. Ludger (tijdgenoot Karel de Grote) rond 800 n.Chr. is opgericht.

De heren van Wisch worden beleend met kasteel de Schuylenburch. Mijn moeder werkte voor Jonker Richard en baronesse Olga van Schuylenburch. Jonker Richard zei tegen mijn moeder: “ Als ik geld zou hebben dan dronken jullie elke dag champagne”.

Pasen 1945 wordt kasteel Schuylenburch gebombardeerd met brandbommen omdat men dacht dat er Duitse soldaten legerden. Mijn moeder was net even ervoor in Arnhem gaan werken.

Steentijd Artefacten op de zeven heuvels van Silvolde

Bronstijd idem

IJzertijd   idem

6000 v.C   Pijlpuntjes bij de windmolen aan de Prins Bernhard- straat.

2000 v.C   Vuistbijlen aan de Berkenlaan, Kapelweg en Oude Dinxperloseweg

1188         Oudste vermelding van Silvolde in de boeken.

1200         Aantal inwoners 120 mensen en ca. 10 hoeven.

1240         Tot 1600 had Silvolde één kerk. Toen kwam kerk- scheuring.

1246         Kasteel de Lichtenberg wordt genoemd. Het bedrijf Böhmer zat op    
                  Lichtenbergseweg 44 en Gregoor’s rotanvlechterij
                  zat op de Lichtenbergseweg 33.

1259        Silvolde wordt als parochie genoemd.

1315        Hendrik  van  Wisch   koopt   Varsseveld   en   Silvolde.
                 Oma Holthausen kookt op het kasteel bij grote feesten en ontvangsten.   
                 Mijn vader kocht een tweedehands Mercedes van de Vegeling van 
                 Claerbergen toenmalige bewoner van kasteel Wisch.

1560        Hof van Arnhem onderzoekt van wie de Silvoldse berg is, van Kasteel  
                 Wisch (Terborg) of kasteel Schuilenburg Silvolde.

1709        Op de galg aan de Lichtenbergseweg / Roomberg worden mensen 
                 opgehangen in opdracht van kasteel Wisch.

1726        Nu drie ophangingen in één keer. Het uitkijken ernaar mocht qua zicht  
                 niet belemmerd worden en iedereen was van harte uitgenodigd.
                De berg was 30 meter boven N.A.P.

1747      Silvolde staat nu op de landkaart. In de Prins Bernhardstraat staan 5    
               huizen ingetekend. De kerk is in de Prins Bernhard bij Boer Claas Vriezen
               (thans ca. Bennie Derksen).

1811      Aantal inwoners ca. 1070. (715 katholieken, 245 Protestanten en 9
               Joden).

1840      Overgrootvader in Solingen geboren.

1848       Werd de hoofdstraat bestraat.

1874       Opa Holthausen geboren in Solingen.
1877       Opa Beumer geboren in ‘s Heerenberg.

1886       Oma Holthausen Bourgondiën geboren.

1890       Kwam Silvolde te liggen aan de Geldersche Stoomtram Maatschappij Lijn.

1953       Opheffing tramlijn.

1922       Mijn moeder geboren in Silvolde.

1923       Mijn vader geboren in Ulft.

1930       Geregelde busdienst Arnhem-Gendringen.

1948       Mijn ouders trouwen en vele levensmiddelen zijn nog op de bon.
                Het eten voor de bruiloft wordt met bonnen en giften gespaard.
                Het eten wordt meegenomen naar de zaal.

1951       Mijn zus Ans wordt geboren in het geboortehuis van mijn vader.     
                Het gezin woont bij oma in.

1952       Mijn vader schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel in Arnhem

1956       Ik word geboren in de Schoolstraat 27 in Silvolde.

1988       Silvolde 800 jaar oud wordt gevierd.

2005       De gemeente Wisch wordt opgeheven en samengevoegd met de 
                gemeente Gendringen tot Gemeente Oude IJssel Streek.

2006       Silvolde heeft 5800 inwoners.

     

      

    

     

     

    

Het voorgeslacht.

Grootvader August Holthausen Solingen 1840 / Silvolde 1903:

De Holthausens ‘zogen in Bismarcks Zeit nach das steinreiche Holland’. Ze waren dus eigenlijk economisch vluchteling of gelukzoeker. Het eerste jaar woonden ze in een tent op de markt in Silvolde. 

     

Toen was het huis klaar bij de ABTB-CAVV-Boerenbond. Dit huis staat er nog steeds en is inmiddels helemaal gerenoveerd door Gert Coolenbrander die er ook woont met zijn vrouw Annie.

   

Overgrootvader Holthausen verkocht in de Nederlandse Hanze en Zuiderzeesteden Solingse messen en reisde per postkoets of trekschuit van jaarmarkt naar jaarmarkt. In de 19de eeuw kwamen veel Duitsers in Silvolde wonen. Dit waren voornamelijk katholieken. Hierdoor werd de Protestantse invloed in Silvolde afgezwakt. De Duitse families luisteren naar de namen: Schwarz, Jaartsveld (oudste nog bestaande wegenbouwbedrijf van Nederland), Heiming (brood en beschuitfabriek), Thiele, Holthausen, Pasman, Walkenbach en Löwenthal.

Grootmoeder Henrietta Holthausen-Gal, Bergh 1844 / Silvolde 1928: Opa Paul Holthausen Solingen 1874 / Silvolde 1962:

Mijn opa had geen randjes meer om de oren. Die waren er eenvoudig vanaf gevroren zoals bij de meeste ouderen. ‘s Zomers begon dat meestal te jeuken en te schilferen. Het feit dat tegenwoordig iedereen nog oorrandjes heeft kan het ultieme bewijs zijn van de klimaatsverandering.

Opa was in hart en nieren een Duitser. Hij vertelde over de Duitse Robin Hood. Schinder Hannes die in het gebied van de Hundsrück beroemd en berucht was. Hij was niet genaturaliseerd tot Nederlander want dat kostte geld.

Ofschoon hij zijn vader als Solingse messenhandelaar niet opvolgde ging hij na 4 jaar lagere school naar de DRU in Ulft. Toch maakt hij voor de vetgemeste konijnen altijd de hoogste prijs in Silvolde. Omdat hij een eerste generatie Duitser was en slechts geringe tijd op de lagere school had gezeten las hij de krant tot zijn dood altijd hardop.

Gesprekken in de familie gingen altijd over kachels, pannen en potten en de kwaliteit van het emaille en dat de DRU producten beter waren dan BK of Daalderop.

Mijn opa was altijd met konijnen in de weer. “Kijk Stef, dit is de rozenkrans” en hief dan de darmen van het konijn in de lucht. Maar door weer eens een schuuruitbreiding van mijn vader moest zijn schuur wijken. Zijn dagelijkse gangetje sinds zijn pensionering in 1938 werd abrupt afgesneden. Waardoor hij mogelijk wat vroeger stierf in 1962 op 87 jarige leeftijd.

De Holthausens kwam je meestal scharrelend tegen langs de dorpsrand om gras te snijden met uiteraard een Solings knipmes. Of liepen hondspollen (lange penwortel) uit te grond te steken voor de konijnen die er verzot op waren. Met kerst en nieuwjaar werden er veel konijnen gegeten. Begin januari werden dan de konijnenvellen opgehaald door bruine verweerde weer-en-wind mannen met
gerimpelde koppen die schreeuwden:

K n i j n e v e l l e   O u d I J z e r.

De vellen werden na betaling over het stuur gelegd.

Er werden telkens twee varkens vetgemest. Van de opbrengst werden weer 2 puggeskes gekocht en de huisslachter betaald.

Tegenover het huis van opa en oma Holthausen lag een veld dat reikte tot aan de horizon met uitzicht op de windmolen en de zuivel- en kaasfabriek. Langs de weg had opa een stuk grond gepacht van de Protestante kerk hetgeen als moestuin werd gebruikt. Hier werden tussen 1965 en 1970 ca. 500 huizen gebouwd waardoor het totale uitzicht verdween en het dorp een slok op een borrel groter werd. Veel ‘import’ streek hier neer. De meesten waren doorstromers. Dankzij de prettige Silvoldse bevolking is deze mian gratie probleemloos opgevangen. Voorafgaande aan de bouw had Theet van de Bult, het huidige BP station, de bulten afgegraven. Het was jarenlang een interessant gebied voor motorcrossers als de Frazers, de Roesen, de Coolenbranders en Johnny Rexwinkel.

Oma Holthausen-Bourgondiën 1886 Silvolde / 1963 Silvolde

Oma was molenaarsdochter en een door en door sociaal mens. Naast haar 6 kinderen ging ze overal in de gezinnen meehelpen. Toen een vrouw de kraamvrouwenkoorts kreeg en naar een zwakzinnigen inrichting ging zij ze tegen de achterblijvende man met twee kinderen kom maar bij ons een “meultje eaten”. De volgende 45 jaar kwam hij elke dag eten. Eerst bij m’n oma later bij m’n tante. Als er op de kastelen grote ontvangsten waren hielp ze bij het koken.

Opa Beumer ’s Heerenberg 1877 / Ulft 1948

Opa Beumer was als jongen op Wanderschaft getrokken door Duitsland met een knapzak. Hij trok bij een hoofd van de school in en leerde onder andere het transponeren van muziek het geen hem later als voorzanger in de Oerse kerk goed uitkwam als de muziek moest worden veranderd. Hij had wat van de wereld gezien en kon er veel over vertellen.
Het gezin was muzikaal en bijna iedereen speelde een instrument. Opa speelde citer, mijn vader speelde klarinet, ome Paul viool en ome Theet trompet. Ome Theet was in de jaren dertig werkloos en ging ’s morgens op de fiets naar Grave om trompet te spelen: huis aan huis. Ver weg om niet herkend te worden en toch brood op de plank te krijgen. Het Beumer’s huis aan de Akkerstraat in Ulft-Oer werd afgebroken en verdween onder de rijtjes huizen van de Vogelbuurt.

Opa stuurde regelmatig geld naar zijn broer in Essen in het zeer arme Duitsland wat hem de titel opleverde: ‘mein steinreiche Bruder aus Holland’.
Opa Beumer was een zeer intelligente man. Hij kon fantastisch vertellen. Hij nam met neef Jan Roes folianten, geïllustreerd gravures, door. Hij lag erg goed bij de Ulftse bevolking. Hij had een levendige briefwisseling met de portier van de DRU. Jan moest de brieven brengen en hem zeggen: “Als de oorlog afgelopen is, krijg je een dikke sigaar”.

Oma Beumer-Veltkamp 1881 Ulft / 1956 Ulft:

Zij was bijzonder reislustig. Kort voor haar dood bezocht ze al haar kleinkinderen. In de zijspan van ome Hendrik bevroor ze waarop ze korte tijd later stierf. Het was een alleraardigste vrouw maar ze zat voortdurend onder de pannendeksels te kijken van mijn moeder die er bij in woonde. Dus we werden met hoge urgentie op een lijst voor een nieuwe huurwoning gezet in Silvolde. Een zuster van oma Beumer-Veldkamp haalt rond 1956 de krant door als 80 jarige haar zoon te bezoeken in Canada. Dit was toen voorpagina nieuws.

Teun Beumer

Hij werd geboren in 1923 te Ulft. Na twee jaar Mulo stapte hij tot verbazing van zijn leraren naar de Ambachtsschool over omdat hij graag met de handen werkte en volgde nog een aantal avondopleidingen en deed aan zelfstudie.

Mijn vader was een hard werkende multi-talent en pionier die ideeën uitvoerde die hij nastreefde. Hij had geen behoefte succesvolle producten van anderen te kopiëren om zo meer geld te verdienen. Hij had durf en was daardoor een ondernemer. Hij had geen hobby’s maar ‘a good job is a hobby by life’. Met veel geloof en energie maakt hij de plannen waar. De inventieve geest bleef tomeloos doorontwikkelen. Hij kwam als eerste met een goed gepolsterde rolstoel op de markt. Hoewel hijzelf weinig op een stoel zat, had hij een absolute visie op het zitten. Hij vond dat je het zitten lang moest kunnen volhouden zonder zithoudingschades op te lopen. Immers gehandicapten maken elke dag een lange non-stop afstandsvlucht en de huid gaat dan gemakkelijk kapot. Hij vroeg veel van zichzelf en als het personeel dat ook deed dan gaf hij hiervoor de waardering.

Aan nieuw personeel stelde hij eenvoudige eisen:  2 rechterhanden en bereid zijn om ook zaterdags te werken. Als het tuintje dan ook nog goed verzorgd was bij de persoon en er stonden geen sloopauto’s in de voortuin dan was het oordeel positief. Bij nieuwe mensen vroeg hij na een tijdje aan de oude getrouwen: Is dat wat? Hij was rusteloos in zijn ideeën. De machines stonden op pallets en konden snel verplaatst worden zodat een efficiëntere werkplek snel was te creëren. Na de bedrijfsvakantie stond alles weer op een andere plaats. Hij was rechtdoorzee en ging recht op zijn doel af. Soms onbegrepen, maar altijd voortvarend. Hij opende als eerste de zaak en deed als laatste de lamp uit. Onvermoeibaar heeft hij vorm gegeven aan de fundamenten van het huidige bedrijf. Hij was iemand van weinig woorden en veel doen en wars van uiterlijk vertoon. Je kunt je afvragen wat iemand in het hoofd haalt om zoveel te werken. Een belangrijke drijfveer zou kunnen zijn geweest dat toen de wereldcrisis begon hij 5 jaar was. Zijn oudste broer was 20 jaar ouder en de 7 anderen zaten er tussen in. De meeste waren werkloos. Dit moet hem hebben doen beseffen dat het hebben van werk ongelooflijk belangrijk is.
De eerste baas na de ambachtsschool werd de Smederij Wormmeester in Terborg. Er werden tuinhekken, weidepoorten, ankers en scharnieren gemaakt en uiteraard paarden beslagen. Op kasteel Landfort in Gendringen zoekt hij 6 weken lang naar goed drinkwater. Na 50 puntstukken slaan keurt de baron de waterkwaliteit goed. Het loon is hier Fl. 0,04 (Gulden) per uur wat neer komt op Fl. 2,40 per week. De volgende werkgever wordt de Geldersche Stoomtram. Gloeiend hete stoomlocomotieven worden gerepareerd. Hier wordt hem een baan aangeboden tot machinist maar dit is niet wat hij zoekt.

Oorlogstijd

In 1941 werk hij bij Breitenstein in Emmerik in drie ploegendienst. Het werk vindt met name ’s nachts plaats als de Engelse bombardementen worden onderbroken. Aan het einde van de oorlog is Emmerik voor 90% gebombardeerd. In 1942 werk hij bij de Isselborger Hütte Klöckner Himboldt Deutsch in Isselburg. Het werk bestaat hier uit het maken van calibers en het gieten van zware motoren. Te werkgesteld in Dinslaken, in  Duitsland,  bij  een  boer moet hij met een paard en wagen het land aalten. Als hij de gierkraan opendraait en weer naar het paard loopt en zegt fort wil het paard niet lopen!

Uit een naburig mensenkamp komt zo’n ondraaglijke onbestemde geur dat hij ’s avonds besluit de boerderij te verlaten. Ofschoon  het hoogzomer is trekt hij alle kleding en jassen over elkaar aan, begroet de boerin beneden onopvallend en loopt in enkele dagen terug naar het huis aan de Akkerstraat in Ulft-Oer. Regelmatig komt de Gestapo langs maar dan is hij alweer in de velden verdwenen. Gezocht door de Gestapo gaat hij illegaal aan de slag bij Arendsen in Etten. Dan weer wordt hij tewerkgesteld in de lasafdeling van de fa. Breitenstein in Emmerich. De Gestapo houdt toezicht op de lassers. Amsterdammers saboteren het proces regelmatig en dan wordt het hele afdelingspersoneel met de handen hoog voor de muur gezet onder dreiging van wie is hier de dader? De soldaat gebiedt mijn vader de slakken van de lassen te bikken. Waarop mijn vader verontwaardigd reageert: “die lassen van mij zijn zo goed, dat die slakken er vanzelf afvallen!” Lassen bleef altijd zijn grote hobby.

Bij grote orders vond hij het altijd leuk om een paar dagen mee te lassen als hobby en ter bemoediging van de jongens dat ze niet tegen een bult werk opkeken.

Tegen het einde van de oorlog wordt hij tewerkgesteld in Lobith en Pannerden voor het graven van loopgraven. Deze generatie was gewend om zonder koffie op alle tijden van de dag te werken op tochtige plaatsen in weer en wind en warm en koude met slecht licht en met grote gevaren zonder arbo hulpmiddelen.

Van 1945 tot en met 1946 werkt hij als monteur bij Jaartsveld wegenbouw op de eerste asfaltmachine in Gelderland. Van 1946 tot en met 1949 werkt hij wederom bij Arendsen in Etten en verricht laswerk ten behoeve van zuivelfabrieken en steenfabrieken.Van 1950 tot en met 1952 verlegt hij de koers naar Cremers in Zevenaar en helpt met de bouw van sigarettenmachines, bulldozers en kranen. Vanuit het oudershuis aan de Akkerstraat in Ulft-Oer (Ulft II) had hij al een kleine klantenkring van bakkers die een partij messen brachten in krantenpapier om te laten slijpen. In 1951 worden al pogingen ondernomen om een zaak te beginnen. Gedacht wordt een slijperij te beginnen met ome Paul Beumer die hoofd van de slijperij was bij de DRU. Inmiddels werden er voor bakkers en draaierijen beitels en fraisen geslepen in het oma Beumer huis op het Oerseveld in Ulft. In 1952 wordt het bedrijf ingeschreven in de kamer van koophandel. Van 1952 tot en met 1956 werkt hij bij Wijnand van Maanen in Lathem en verricht reparaties aan rijnaken, zandzuigers, grind- machines, kranen en elevators. Van 1956 tot en met 1959 is hij onderhoudsmonteur bij de Terborgse Rubberfabriek en werkt hier in 3 ploegendienst. Wanneer hij hier avond- en nachtdiensten draait dan is hij overdags te vinden bij het constructiebedrijf van Arendsen in Etten. Er bestond in die dagen nog geen startpremie voor beginnende ondernemers. Door 15 uur per dag  te gaan werken kwam  er zo geld om een fabriekje te kunnen bouwen. In de tuin van de ouders van mijn moeder wordt de fabriek gebouwd. Het ijzer wordt bij boeren verzameld en met de hand rechtgebogen tot betonijzer. Met ome Theet, mijn peetoom, werden mallen gemaakt om prefabelementen te maken van palen en inschuifplaten. Op het moment dat de schuur werd gemaakt had hij niet de verwachting dat dit bedrijfje ooit tot resultaat zou leiden. Ofschoon hij zoveel moge- lijk uren blijft maken, en medewerker blijft, neemt hij neef Willie Bongers aan en na zijn vertrek Jan Roes die net 6 jaar op zee is geweest bij de Marine. Na verloop van tijd wordt nog een medewerker aangenomen en even later stapt hijzelf het bedrijf binnen. In het begin wordt er gewerkt voor de Ruva in Varsseveld en worden er kerkbanken voor Van de Kemp in Silvolde gemaakt. In deze periode is hij handelaar, ontwerper, maker en administrateur. Een zware gevarieerde taak en een onrustig bestaan. Dit is dan ook de reden dat hij op zoek gaat naar een eigen product zoals vierpootjes voor rotankuipjes, terrasstoelen en tafels. Dit geeft meer vastigheid en een zekerder bestaan. In deze periode komt Dr. Van Haaften geneesheer directeur van Den Ooiman in Doetinchem bij mijn oma het erf op lopen. Mijn vader, in de blauwe overall, ontvangt het voorname bezoek bij oma aan de keukentafel en oma biedt gesmeerde beschuitjes aan met suiker en schenkt boterhamse koffie in die altijd op de potkachel staat. De rolstoelen moeten niet te duur zijn en de eerste rolstoelen gaan voor Fl. 68,- (gulden) de deur uit. In 1962 wordt een fabriek gebouwd aan de Prins Berhardstraat in Silvolde. Hier wordt ook nog geëxperimenteerd met onderhoud en reparatie van grondverzetmachines. Ook wordt een lasafzuigingssysteem voor Kachelfabriek Pelgrim in Gaanderen gemaakt. Toen in de begin jaren 60 de gasbel in Slochteren werd ontdekt hielden 3 medewerkers zich bezig met het lassen van gaskachels voor de DRU.

Op pad

Omdat hij altijd aan huis werkte ging hij graag op pad. Zo gingen we maandagsavond’s naar de kermis in Gaanderen en streken bij Zaal Arts neer om naar het toporkest de Spitfires te luisteren. Hij trakteerde de muzikanten op bier en die kwamen dan aan de tafel zitten in de pauzes. Dan werd er herinnerd aan de grote trom die hij voor de Ulftse band de Devils had beschilderd of over de zelfbouw elektrisch gitaar van ome Theet. Ook werd gesproken over langs  de deur optredens van muzikanten in de crisisjaren om eten op de plank te krijgen. Mijn vader had een zuiver gehoor en demonstreerde dit toen wij een glazen servies aanschaften door met water in de glazen een octaaf te maken en te bespelen.

Mijn vader had geen hobby’s maar zondagavond, Nederlands voetbal, en de zaterdagavond Duits voetbal waren heilig. Zaterdag maakte hij altijd strooptochten naar materialen, machines en apparaten of bezocht Willemsen’s IJzerhandel. Maar altijd viel hij om 18.00 uur binnen met een fiske van de markt en schakelde dan gelijk de televisie in.

 

Zelf voetbalde hij als links-back in het eerste elftal van Ulftse Boy’s. Toen mijn moeder verkering kreeg met hem zeiden de mensen in Silvolde Willemien geet met de links-back van Oer. Mijn moeder wist echt niet waar de mensen het over hadden. Zondags op de thuiswedstrijden van de Graafschap ging hij met de buren Paul Vet (zelf 1ste elftal speler van de Graafschap), Frans Zondag en Jan Wil- lemsen met Frans Holthausen naar Doetinchem. Ome Frans die zelf geen auto reed maakte hierbij graag van de gelegenheid gebruik nog een aantal duiven in de binnenzakken mee te nemen die dan op het veld van de Graafschap werden losgelaten. Soms ging ik mee en was dan altijd blij dat ik de Empo fiets niet gewonnen had want dan moest je een rondje fietsen over het voetbalveld in de pauze van de wedstrijd.

Kleding

Tot 1965 bestond de werkkleding uit een blauwe overall die na 1 week na de stomerij ging. Deze werd opgevolgd door de blauwe stofjas. Een soort judopak. Verschrikkelijk onhandig voor iemand met een buikje en gevaarlijk bij machines want voordat je het wist draaide je rond de spindel van een machine. De stofjas werd gedragen tot 1984 want het motiveren van medewerkers vanuit de werkvloer vond hij belangrijk.

     

      

    

    

Reparaties en opdrachten voor het dorp

In de jaren 50 van de laatste eeuw was de wegwerpmaatschappij nog niet aan de orde. In principe werd alles wat kapot was gerepareerd. Zelfs kwamen mensen om 11.00  uur  ’s  morgen  met een gietijzeren pan die lek was om te laten lassen zodat ze toch nog konden koken. Mijn vader bracht ze dan met alle rust  aan het verstand dat over het lassen van gietijzer niet zo licht gedacht moest worden en dat de emaille… en dat ze toch beter een emaille pan konden kopen bij Smid Wolters of Smid Vermey. Iemand die een nieuwe winkel wilde openen bestelde bij hem dan schapdragers. Ook kwamen er moeders met dochters als de ring niet meer van de vinger wilde.

    

    

     

    

    

  

   

               

  

                                   

                                        

    

  

    

  

    

 

Na 1990

    

   

  

  

In december 1990 kocht ik de aandelen van mijn vader. Samen met mijn vrouw Edith Baltussen hebben wij gewerkt en werken wij aan de toekomst van de bedrijven. Van mijn vader werd afscheid genomen. Hiermede kwam een werkzaam leven van 52 jaren ten einde. Een periode met een crisis, oorlog, wederopbouw en periodes met dubbele banen. Er wordt een boek aangeboden: “Nijver in het groen” Nijverheid in de Gelderse Achterhoek.

  

  

  

     

  

  

  

  

Enkele zakelijke principes

D’r mot wel een betje levenduur in zitten. Ik hol van een goed stukske materiaal. I’j krieg  een  hoop  kilo’s  veur  weinig  geld. Ze können alles kriegen als ze moar betalen.Wie zitten niet um werk verlegen moar ut mot wel wat opleveren.

Belasting: I’j kunt beter aan de laatste galg hangen dan an den eerste. Ut mot niet allemoal te dudeluk zun. Hoezo investeren ? Ik maak ow met een stompe viel alles waj wilt hebben.

Hij ging net zo gemakkelijk om met Freddy Heineken als met de zelfkant van de samenleving in Silvolde. Hij keek nergens tegen op maar ook nergens op neer.

Mijn vader kocht voor zichzelf altijd tweede hands auto’s. “Dan is de kop er vanaf”, zei hij. De laatste auto die hij bestelde was een nieuwe. De sleutels heeft hij niet meer in ontvangst mogen nemen.

Op 4 januari 2000 sterft hij.

Niemand wist dat hij ernstig ziek was  maar  zijn  motto  was:  Niet klagen moar dragen.

Fabriek aan de Lichtenbergseweg 44 in Silvolde

De boerderijwoning van opa en oma worden in het boek van Silvolde beschreven.

Citaat: Met het oog op Silvolde. Uitgave 800 jaar Silvolde. Lichtenbergseweg nr. 44, een goed voorbeeld van een Silvoldse woning uit het midden van de 19de eeuw. Het achterhuis is gedeeltelijk bezet met slaapkamers en voor de rest vinden hierin ook een koe, geit en varken hun onderkomen. In 1906 kwamen Wilhelm Paul Holthausen en Geertruida Margaretha Bourgondiën hier wonen. De familie Holthausen kwam uit Solingen en de familie Bourgondiën uit Zevenaar. De oudste zoon heet Franciscus Augustinus, maar bij de Silvoldenaren staat hij beter bekend onder de naam: Frans van Paul van Treuj. Zijn zoon heet: Guus van Frans van Paul van Treuj. Einde citaat.

Mijn oma en opa liepen op klompen en straalden veel rust uit. Mijn opa was al in 1938 gepensioneerd en was met oma de hele dagen op het land te vinden waar met iedereen die er langs kwam een praatje werd gemaakt. Bij het huis stond een waterput die tot de aansluiting op de openbare waterleiding had gediend voor het gehele gezin. Als de put zomers diertjes bevatte dan werd er naar buurman Bearnt van de Plak uitgeweken voor drinkwater. Alle leden van het grote gezin zijn bijna 90 of vaak ouder geworden. De waterput is in 1963 weer opgebouwd door Hent Holthausen in de Boterweg 124 waar die nog steeds te bewonderen is.

De houten gladgeschuurde poepdoos in het idyllische huis van opa en oma zat in het poggenschot (=varkensstal). Het toilet papier bestond uit oude kranten en ‘s winters kon de berg in de poepdoos behoorlijk worden. Het poggenschot was gebruikt om varkens te mesten. Een varken was om op te eten en de ander werd verkocht om een vrouw in Utrecht af te lossen op een lening.

Het huis werd afgebroken toen ik 8 jaar was en mee mocht helpen om het af te breken. Om dat het huis met leem gemetseld was kon je zelfs als kind de bakstenen er zo van af pakken. Een keer kloppen en de steen kon zo weer hergebruikt worden.

Alle medewerkers hielpen hier parttime voor  korte  periodes.  M’n vader werkte zelf nog voor twee bazen. Werknemers uit deze tijd waren: Willie Bongers, Hennie Rensen, Jan Roes, Walraven (café uit Gaanderen), partimers Theet Slütter, inpaknichtjes en meegebrachte vriendinnen, Guus Holthausen, Arnold Holthau- sen, Wim Sprinkelder, peetoom Theet Beumer (medeoprichter van Drum- en Showband Sint Joris).

Het lassen was vroeger niet zo’n eenvoudige zaak. Als men wilde lassen moest men eerst middels het natmaken en beluchten van carbide acetyleen gas maken. Als het mis ging konden er enorme explosies ontstaan. Carbide was rond oudjaar zeer geliefd. Om de haverklap kwam iemand de fabriek binnen met een buismanblikje om carbide te kopen voor het melkbusschieten.

In de fabriek waren vele nesten met mussen.Van neef Jan Roes kreeg ik telkens een doos vol met jonge mussen om mee te spelen.

Tante Marie had voor in de fabriek haar eigen naaiatelier waar ze tassen produceerde voor Kunst Tassen Fabriek in Silvolde. Na school hielpen we haar de draadjes afknippen van de tassen en ze inpakken in dozen. Er was een penetrante geur van leder en kunstleder en polyesther. Ze werd enkele keren per week bevoorraad per bakfiets van Gert Maas. Ome August was bij Kunst productieleider en in het dorp werd altijd gesuggereerd dat zij mooiere klussen kreeg dan de andere thuisnaaisters. Vaak werd ze naar de fabriek geroepen om ook de ontwikkeling en het stoffeerwerk te doen voor nieuwe modellen. De Silvoldse tassen gingen all-over-the-world. Silvolde is ook altijd een fietstassen bolwerk gebleven tot op de dag van vandaag. Denk aan Winkelhorst-tassen, denk aan Multicycle, denk aan Basil (=van Balveren Silvolde). Overal in de wereld waar ik gefietst heb zie ik altijd tot mijn grote vreugde Basil. Ik wijs dan wildvreemden op de Sil van Basil en zeg: Daar kom ik vandaan! Heb u dat gezien! Noteert u dat even!

Tante Marie werkte dus in de fabriek bij mijn vader achter een hardboard schot en zij was dus behoorlijk op de hoogte van dat hele gepionier. Tot haar dood in 2003 heb ik haar met grote regelmaat bezocht. Maar altijd wees ze mij er weer op dat mijn bedje gespreid was en dat vader hard had gewerkt. Mijn oma was een door en door goed en sociaal mens. Toen een vrouw in het dorp de kraamvrouwenkoorts kreeg en gek werd vroeg ze deze man een week een maaltje te komen eten. De volgende 45 jaar is dit zo gebleven.

Van (Bak-) Fiets, Bromfiets naar Auto

De tijd ging vooruit. De fiets werd gewisseld voor de bromfiets. Grote dozen vervoeren en buizen van 6 meter lengte en butagas flessen waren normale vrachtjes. Als man met jeugdreuma beschermde hij zich op de bromfiets met een hele zware leren jas waarmee mijn moeder ’s morgens moest helpen bij het aantrekken. Om de reuma scheuten te bestrijden liep hij af en toe naar het lasapparaat en gaf zich zelf een grote stroomstoot op het weerbarstige gewricht. Hij nam als 25 jarige auto rijles maar het duurde toch noch 3 jaar voordat de eerste auto bij Andriessen in Silvolde werd aangeschaft. De naoorlogse materiaalschaarste was nog enorm. Met de bromfiets werd stad en land afgelegd om überhaupt aan materiaal te komen.

Smeden

Het dorp kende 3 smederijen. Cor Vermey, Bernard Wolters en Smid Jan Fraai (Van Raaij). Toen mijn vader begon op de Lichtenbergseweg fietsten de smeden regelmatig voorbij om te kijken of we niet op de smidstoer gingen. Regelmatig bezocht mijn vader Smid Van Raaij om staal te halen, Jan van Raaij was toen al 90 jaar. De staalopslag lag boven de hooi- zolder en was via hooigangen en gevaarlijke trappetjes te bereiken Smid van Raaij (1879) was een dorpsfiguur die nog kon vertellen over de Fransen in Silvolde en de aanwezigheid van een regiment Kozakken. Hij was akkerbouwer had koeien en was daarnaast smid.

Sfeertje Silvolde jaren 50

De smid sloeg met de hamer op het aambeeld. Dit was op de lagere school via de schuiframen te horen. Kijkend vanuit de ramen van de school konden we in Emmerik zien hoe de brug in aanbouw was. 11.30 uur ging bij het klooster de Angelus klok. De nonnen die in de tuin aan het werken waren zetten de schoppen aan de kant en gingen in de kerk de Engel des Heren bidden. Het was voor ons dan een teken dat de verlossing nabij was en dat wij naar huis konden om warm te eten.

Zwervers, zigeuners, woonwagenbewoners, scharrelwerkers, zwerfhonden, armen en bijna-armen, straatvegers en de dorpsomroeper gaven de straat een bont beeld.

De jaren 50 in de vorige eeuw waren de jaren van wederopbouw. In het dorp gold de wet van de kleine getallen. Het waren ook de jaren van nooit meer crisis, nooit meer oorlog en nooit meer hongerwinter. De melkmachine kwam. Boeren hoefden niet meer om 04.00 uur op te staan. De boerenknechten verdwenen van het erf, vooral toen ze merkten dat ze in de stad of in Duitsland meer konden verdienen. De oude boerenknechten konden de slag naar tractors en melkmachine niet meer maken. Ze konden alles met vee maar met machines hadden ze geen enkel gevoel.

Op een tweedaagse reis door de kop van Groningen overnacht m’n vader met ome Theet Rensen in de auto die geparkeerd staat voor een café. De kroegbaas maakt de volgende dag  de rekening op:  1x parkeren, 2x plassen, 2x poepen, 2x scheren, 2x koffie à Fl 0,25 = Fl 0,50 !  

Wij kerkten vaak in Ulft. Hier zat de kerk vol met fabrieksjeugd. Er werd onder de preek volop gekletst en geklaverjast. Een speciale ordedienst liep met een lange stok met een stalen kogel door de kerk om de orde te handhaven.

Paarden

Het paard van Bennie van de IJ  IJ  (Jansen) kwam je in alle aanspanningen tegen, als: melkvaarder, met landbewerkingsmachines, met mest en als lijkenwagen. In 1962 vervoerde hij opa Holthausen naar de begraafplaats. Ik hoor nog de steentjes breken onder de karwielen en het paard schichtig kijkend door de ooggaten van het zwarte doek dat over het paard lag. En dan kwam je het paard weer ergens tegen vastgereden in het Silvoldse zand waarbij Bennie dan zweepslagen uitdeelde aan het paard en schreeuwde fort fort fort en soms als een op hol geslagen paard.

De voermannen zijn vaak vergroeid met het karakter van het paard. Zij werken al jaren met elkaar samen en hebben aan commando’s “Fort”, “Trugge”, en “Kom Op” genoeg om ingewikkelde handelingen uit te voeren.

Idylle:

Over de halfverharde Lichtenbergseweg rollen vrachtauto’s van Van de Berg uit Deventer, Rijnstaal Arnhem en van Leeuwen Buizen. De vertegenwoordigers waarmee ik later als inkoper te maken krijgen moeten altijd nog even deze periode memoreren uit de  tijd dat mijn oma koffie serveerde in het donkere woonhuis bij de potkachel aan de duinen.

Partime farming:

Opa’s en ooms hielden zich bezig met parttime farming. Naast 6 dagen werken op de fabriek moest er voor de grote gezinnen veel voedsel zelf verbouwd worden en geconserveerd worden voor de winter.

Wecken:

Bij het wecken worden zelf verbouwde of bijgekochte groenten  en fruit langdurig geconserveerd in glazen potten met een glazen- deksel met een rubberen ring er tussen in. Door het verwarmings- proces worden de bacteriën gedood en komt de pot iets onder vacuüm te staan waardoor de glazen deksel muurvast komt te zitten op de rubberen weckring. Na het verwarmingsproces in een grote ketel was de spanning groot te zien hoeveel glazen deksels er vast zaten en hoeveel er los waren. Op dit soort dagen was je niet echt welkom. “Waarow” zei m’n tante het geen betekent donderop en gao an de kant.

De ingeweckte eetwaren waren een onderwerp van onderlinge uitruil tussen de families. Volgens oude wetten stond vast wat de ruilvoet was van elke ingeweckte soort. Bijvoorbeeld 5 potten snijbonen voor 2  potten  bosbessen, of  3  potten  pruimen  tegen 1 pot grote bonen.

Schoolstraat 1955-1963

In de Schoolstraat word ik geboren in februari 1956. De koudste maand van de eeuw. Later zij mijn vader: ‘Toen i’j geboren bunt het mien dat een mud kolen gekost’.

Mijn moeder zit achter de breimachine en maakt alle kleding zelf. De bel gaat: Hein van de Geldersche Tramwegen, in een bruin manchester uniform, brengt nieuwe  dozen  met  wikkelplastic.  Hij zegt tegen mij: en jij  gaat  natuurlijk  de  zaak  overnemen?  Ah ha weer een nieuwe berg wikkelplastic om op spelen in de gang. De geuren van polyester vullen het huis. Volwassenen kunnen nog nauwelijks door de gang. De bel gaat een vrouw wil telefoneren. We zijn de enigen met een telefoon in de straat. De vrouwen die staan te wachten om te bellen zijn hyper nerveus en worden door mijn moeder geassisteerd bij de ‘ingewikkelde’ handelingen. Het is een van de handeltjes van mijn moeder om aan het startkapitaal voor de zaak te werken. Voor haar is geldsparen een sport. Hiernaast heeft ze ook nog knipwerk voor de Terborgse Rubberfabriek waardoor het hele huis naar ammoniak stinkt. De fabriek aan de Lichtenbergseweg heeft nog geen telefoon en mijn moeder doet het kantoor. Daarnaast ontvangt ze de kolenboer die eierkolen en turf brengt en later de olieman. Mijn zus maakt de aanmaakhoutjes voor de kolenkachel. Er is permanente angst voor kolendampvergiftiging in dit kleine huis.

De woningnood was hoog. Rijtjeshuizen met gezinnen van 6,8 en 12 kinderen met nog vaak een inwonende opa of oma. Per definitie liepen de mensen altijd op straat door ruimtegebrek.

Er was geen tuin aanglegd want dit kostte geld. We hadden dus praktisch voor en achter het huis een zandbak met Silvolds zand. De kinderrijke buurt was hier dagelijks welkom. Gaten graven ongeacht welke diepte was geen probleem.

Jan Bieleveld kwam een zak kolen brengen voor Fl. 2,50 waar je het een week lang warm bij had. Elk huis had een kolenhok.

Tussen de rijtjeshuizen vonden huisslachtingen plaats van varkens, kippen en konijnen en vissen. Bij de buren hing een varken op de ladder tegen het schuurtje en in een pauze zagen we de kat via het karkas het dak oplopen. Om hygiënische redenen werd dit in de 70-er jaren dan ook verboden.

In huis stond een leest om schoenen voor derden te repareren. Dit was een zondagse activiteit van vader. In de drie kamerwoning stond ook nog een Passap breimachine om eigen kleding te maken en een naaimachine.

10 Duplex huizen verder in de rijtjeshuizen van de Schoolstraat woonde de familie Nijbroek. Dit waren speelvriendjes van mij. Vader Nijbroek, was niet op zijn mondje gevallen en kon goed bluffen, hij was oorlogsinvalide en deed er nog verzekeringen bij. Dus hij zei tegen mijn vader die stoelen van jou kan ik er zo wel bij verkopen. Zo verkocht hij de stoelen voor Fl. 8,- per stuk en een stalen tafel voor Fl. 12,- per stuk zonder folders of zichtmodellen. Nijbroek kon er her en der zo 50 leveren, zoals Restaurant Wamelink Winterwijk en Café Haaksbergen ga zo maar door. Maar qua provisie vond hij mijn vader een zeikerd. Nijbroek was bij mijn moeder ook actief met de Passap breimachines en de bijbehorende Scheepjes Wol ofwel zuivere scheerwol. Nijbroek kon op de slechte grond in de Schoolstraat middels een uitgekiend systeem van konijnen- en koeienmest toch een goede moestuin houden.

Beroepen van bewoners in de Schoolstraat: de mannen waren: verzekeraar, wasmachinebouwer, melkmachine reparateur, vele arbeiders van de DRU, Lovink en Vulcaansoord, chauffeur GTW, onderhoudsmonteur boterfabriek, huisschilder, ambtenaar, metselaar, kaasmaker, loodgieter en een kunstschilder. Alle vrouwen waren hele dagen thuis. De huur werd wekelijks opgehaald door een strenge meneer van Ten Brinke Bouw, in een krakende leren jas, met bonnen en knipkaarten en een geldtas om de nek.

De was werd gedaan in grote teilen die op het vuur moesten worden getild. De kinderen werden in de teil gewassen. In de huizen was slechts één kraan, die van het aanrecht.

De vlechters van Gregoor komen regelmatig langs om vierpootjes te halen voor de rotankuipjes. Met Jos Gregoor had ik altijd discussies over het thema welk materiaal nu edeler is stalen buizen of rotan. Bij Gregoor’s heten de medewerkers knechten en bij ons de jongens. De 6 knechten van Gregoor gingen in hun piepkleine rijtjeswoonhuis naar de WC waar ook de zes kinderen vochten om een plek bij de wasbak van het aanrecht.

Bulten, Duinen en de zeven heuvels van Silvolde:

De rivierduinen lopen van Wezel tot  bijna  Doesburg.  Duinen  met wuivend raaigras. Silvolde ligt als een presenteerblaadje op  7 duinheuvels. De Oude IJssel stroomt 70 km parallel aan de Rijn en stroomt praktisch in de oude bedding van de Rijn die in de  loop van de tijd zich steeds meer verlegde van Doesburg naar Arnhem. Het zand dat de Oude IJssel meebrengt, bij hoog water, wordt door de heersende windrichting telkens in de zelfde richting opgestuwd tot heuvels. Vaak tot 3 rijen dik. Het Oude IJssel water vloeide vroeger via het IJ in Amsterdam naar de zee en veel later via de Wadden. Dit is dus de reden dat Silvolde een grote zand- leverancier was door de eeuwen heen en dat van de eens zeven heuvelen nog maar weinig over is. De bulten waren vroeger groter, hoger en omvangrijker dan nu. Veel zand werd gebruikt voor kasteel Schuilenburch plus de dijkwegen in de drassige Oude IJssel uiter- waarden. De GTW werd eigenaar van de galgenberg (Roomberg) en vervoerde het zand, per wagon, naar Ulft en omgeving en naar de dijkaanleg in de buurt.

Marechaussees te paard en wetenschapper vechten voor anemonen in de Prins Bernhardstraat. Deze prachtige bloemen groeiden vooral op de stuifduinen langs de Oude IJssel en zijn beter bekend onder de naam wildemanskruid. Maar de mensen gingen ze plukken en uitgraven. Wat nog weinig mensen weten is dat er zich een natuurreservaat bevindt aan het einde van de Prins Bernhardstraat bij het BP-tankstation. In 1934 kwamen 2 marechaussees te paard bij de openbare school om de meester te spreken. Zij dienden een klacht bij hem in dat hij de kinderen te weinig weg hield bij de koel (natuurreservaat, het gat op de Silvoldse bult). Dr. Mol, vaak toerist in de Achterhoek rond 1900, en het Achterhoekse dialect volledig beheersend had een wereldnaam op het gebied van tulpenteelt, hij gaf aan dat de anemoon alleen nog in de Alpen nog inheems is en in Silvolde vanuit de ijstijd zeer goed bewaard is gebleven. Hij vond ook dat de Silvoldse zandheuvels niet afgegraven mochten worden.

Zandverzet bedrijf Leo en Joep Kaminski

De twee zandverzet bedrijven van Leo Kaminski en Joep Kaminski waren kind aan huis in de Silvoldse rivierduinen, evenals Dales en Wissink. Overal werden kampen afgegraven of hoge duinen. Het Silvoldse zand was rul en liet goed water door.  Het werd in vrachtwagens van 5 m3 afgevoerd à Fl. (guldens) 4,74 / m3. Terwijl de vrachtwagens de duingebieden onveilig maakten bracht de baas de rekeningen rond op de fiets en soms reed hij stukken met de vrachtwagens mee en ging de fiets achter op de vrachtauto. Voor  de klanten werden altijd dikke sigaren meegenomen zodat  er onder het genot van rook de transacties werden afgewikkeld.  De Kaminski’s, katholieke Polen in de eerste wereld oorlog naar Duitsland gekomen, werden toevallig in Sinderen Hervormd opgevoed en pasten later prima in het zeer protestante Varsseveld.  Zij reden met vrachtauto’s van diverse merken. Voor ons kinderen, autospotters eerste klas, noteerden wij de volgende merken tussen de bulten: Mercedes Benz, Hogra, Henxel en de fluitende Deutz met waterkoeling. Wij kwamen in staat van hoogste opwinding als zich weer eens een vrachtauto vast reed in het Silvolde zand. Vaak moesten dan twee andere vrachtauto of soms een takelwagen de vrachtauto’s die tot over de cardanassen, achteras en halfassen de grond inzakten vlot te krijgen. Rond 1970 stopten de afgravingen op het land, door gebrek aan heuvels en kampen en kwam het zandzuigen in meertjes in gebruik.

Mijn vader zei tot Kaminski: de grond is hier zo slecht, heb je geen goede zwarte grond? Oh jo jo ik heb bij Halle nog wel wat zitten en een uur later kwamen de vrachtwagens weer aanzetten. Om de tuin aan te leggen kocht vader een rupsvoertuig waarmee de afgegraven grond werd geëgaliseerd en tot tuin en bedrijfsterrein werd verheven.

Moeder (1922)

Het startkapitaal begon eigenlijk op het moment dat mijn moeder in de schaarse periode na de oorlog, let wel primaire levens- behoeften waren uitsluitend op bonnen te verkrijgen, geld apart legde, zodat mijn vader gereedschappen kon aanschaffen en materialen. Sparen was haar sport en  core-business. Tegenwoordig ga je gewoon naar de bank of start een zaak met behoud van een uitkering.

In principe werd alles aan huis verkocht. De kearl van de verzekering, de kearl van de petroleum. Voor elke behoefte was een kearl of een wief. Het brandhout werd gekocht van de adel. Het betalen was een ritueel en er werd op persoonlijke wijze geïncasseerd. Het hele werk werd nog eens nagepraat aan de keukentafel. Op de rekeningen werd met grote hanenpoten gezet voldaan. Er kwamen dus voortdurend mannen en vrouwen aan de deur om bestellingen te halen en af te leveren. De dochter van de slager kwam vlees brengen op de bromfiets en toonde de runderlapjes hangend terwijl het bloed van het vlees in de Grolsche handschoenen trok, maar die waren toch al rood gekleurd. Het geld werd dan met de zelfde handschoenen aangenomen, opgeborgen en gewisseld. Soms klaagde mijn moeder dat ze snotterbellen zag op de Grolsche handschoenen. Ook kwamen er vaak mensen die door de fietstocht eerst moesten worden bijgebracht, ontdooien, afkoelen, achter adem waren of een sigaret wilden rollen.

Vaak kwamen er zigeuners en woonwagenbewoners aan de deur die in Silvolde aan de spoorwegovergang woonwagens hadden staan. Ze verkochten welriekende zeep. Ook kwamen er soms wilde groepen Zigeuners door het dorp. De kinderen werden dan binnengehouden of gewaarschuwd dat ze mee genomen konden worden.

In huis werd de orde gehandhaafd met het porkijzer van de kachel. Toen wij in 1963 verhuisden van de Schoolstraat naar de Prins Bernhardstraat nam mijn moeder de telefoon niet meer op met vrouw Beumer maar met mevrouw Beumer. Dit werd natuurlijk in het dorp uitgelegd als een volslagen verwaandheid. Zeker als je bedenkt dat in de volksmond het woord wief nog volledig in gebruik was.

Tante Marie

Tante Marie was de ‘hoffotograaf’ van de familie en was ook al- tijd goed voor de sfeer bij ons in de familie die nogal zakelijk was. Het was dan ook vanzelfsprekend dat wij terugkwamen voor haar begrafenis op onze fietstocht Gendringen Denemarken. Dankzij haar kunnen we hier de geschiedenisfeiten weergeven op basis van een goed gevuld fotobestand.

Willie Bongers: Man van het eerste uur

Willie was de eerste medewerker die in de nieuwe fabriek werkte.

Jan Roes: Man van het eerste uur

Augustus 1958 kwam neef Jan Roes terug van een 6 jarig verblijf op zee als beroeps marinier, van de schepen M.S. Karel Doorman, het enige Nederlandse vliegdekschip en als machinist katapult, M.S. Maurits van Nassau en M.S. Snellius. Er werden grote tochten naar Nederlands Indië en Nieuw Guinea gemaakt. De mensen daar leefden nog in het stenen tijdperk.

Jan werkte vóór de marine al twee jaar bij Arendsen in Etten wat in ons bedrijf altijd gold als een goedkeuringsstempel.

De vader van Jan werkte tot zijn 65ste op de DRU en was toen drie jaar werkeloos. Toen werd hij bij Gal in Ulft opgeleid tot lasser en werkte daar tot zijn 80ste. Tot zijn dood was hij nooit één dag ziek geweest. Tante Marieke met nog meer temperament moest er ook niet aan denken dat deze man hele dagen thuis zou komen dan was hun kleine huisje aan de Lindestraat in Ulft toch echt te klein.

Na de marine was Jan 3 maanden bij smederij Tijken in Gaanderen en moest paarden beslaan en gasflessen rondbrengen naar de mensen. Op een dag kwam Jan mijn vader tegen op het fietspad bij van der Eem tegenover de Rode Leeuw in Terborg. Hij wist dat Jan terug was van de marine. “Jan wat gao ie doen?“  “Oh zeg Jan ik denk dat ik gao solliciteren bie de politie”. “Ik bun op dit moment zonder menneke, heb i’j geen zin om bie mien te kommen werken”?

’s Avonds kwam hij bij mijn vader werken. Hij noemde het werken in de kerststal. Bij het pittoreske boerderijhuis aan de Lichtenberg. Later kwam hij hele dagen werken en dronk hij alleen koffie met oma in het huis. Mijn vader werkte toen nog in ploegendienst voor de Terborgse Rubberfabriek en voor Smederij Constructiewerkplaats Arendsen in Etten. In de vrije tijd werkte hij dan op de eigen zaak. Mijn vader heeft tot 1959 gewerkt voor werkgevers voordat hij fulltime in de eigen zaak stapte. Het was afwachten wordt het wat of niet. Dit kon zich toen net bedruipen. Neef Hennie Rensen kwam even later ook in dienst gevolgd door veel neven die telkens een paartjes uurtjes kwamen om producten in te pakken, het omwikkelen met crêpepapier voor Fl. (guldens) 0.25 per uur. Paul, Arnold en Mia Holthausen, Frans Eppink en Ria Roes en vele anderen en meegebrachte vrienden en vriendinnen.

Op de Prins Bernhardstraat 21 bij ome Theet Rensen, werden de stoelen met kunststofdraad geel of rood of tweekleurig omwikkeld achter de winkel van Sinkel van tante Bets. Dit beulse werk gebeurde bij 100 graden in ruimtes vol met stoom. Er moest veel kracht uit geoefend worden. Er ontstonden dikke blaren op de doorweekte handen.

Ome Theet mijn peetoom voelde zich ook mededirecteur en was vaste medewerker op de zaterdag. Hij had met mijn vader samen de schuur gemaakt en beton gestort in mallen en met mijn vader oud afvaldraad met de hand recht gebogen als betonijzer. Jan fietste zaterdags samen met hem naar Ulft terug en reed dan door naar zijn huis in Gendringen. Op een zaterdag kreeg ome Theet acute blindedarmontsteking en werd in een bestelauto afgevoerd naar Ulft. Zijn fiets werd er gelijk ingeperst en bij de eerste beste bocht vocht hij tegen zijn blindedarmpijn en tegen de fiets die inmiddels boven op hem lag!

Jan werkte doordeweeks van 07.30 tot 21.00 uur. Zaterdags werd er gewerkt van 08.00-18.00 uur.

In de Drentse heidegebieden had inmiddels de Heidemaatschappij alle heide in cultuur gebracht. En de regering en provincie zocht werk voor mensen die niet konden lezen en schrijven. Zo werd hier een rotanindustrie ontwikkeld om de mensen aan het werk te zetten. Deze industrie was rond Oosterwolde, Noordwolde en Paterswolde. Om niet achterhaalde redenen was mijn vader hiervan op de hoog- te en werd hier huisleverancier (tegenwoordig mainsupplier) van alles wat niet rotan was. Wij maakten de 4-pootjes waarop de rotankuip werd gevlochten. Inmiddels wilde herrijzend Nederland een rotankuipje op de slaapkamer om de kleren ’s nachts over te kunnen leggen en te kunnen zitten om de schoenen aan te trekken. Mijn vader had belang bij een simpel artikel waarvoor niet geïnvesteerd hoefde te worden, je ging niet naar een bank, en die met louter arbeidskracht zonder machines geproduceerd kon worden. Er werden ook kinderstoelen geproduceerd in tweekleurig plastic- draad rood en geel.

Door onze activiteiten in de Drentse heide- en turfsteekgebieden hadden we ook te maken met oplichters die niet betaalden. Inmiddels moesten klanten alles  contant  betalen.  Zo  waren  er in Gendringen een goede en een kwade Leonards. Deze waren verbonden of voortgekomen uit de Ulftse vlechterijen van Lang waaruit later ook de Silvoldse Gregoors rotan en manou naar voren kwam.

In 1963 werd de fabriek verplaatst van de Lichtenbergseweg 44 naar de Prins Bernhardstraat 63 in Silvolde. Er viel niet veel te verhuizen. De tractor, Lancer Bulldog, van Theet van de  Bult, reed een paar keer op en neer. Toen wij verhuisden werd het omahuis afgebroken en oma en tante Marie woonden tijdelijk in de schuur in afwachting van het nieuwe huis dat op  dezelfde plaats werd gebouwd.

Hier is oma overleden en Jan nam afscheid in de fabriek waar hij altijd gewerkt had en zij toen lag opgebaard. Het tijdperk van de kerststal was afgelopen. We hebben veel modellen gemaakt. Het vouwsysteem is aan mijn brein ontsproten zegt Jan. We hadden een stalen verpleegster ontwikkeld die op de beurs getoond zou worden. ’s Avonds komt de concurrent binnen lopen via de achterdeur van de fabriek en claimt octrooi te hebben op dit type vinding.

Rond 1964 gaat Hennie  Rensen  weg  naar  de  politieschool.  Mijn vader is gepikeerd want hij was met zijn Mulo opleiding toch beoogd vertegenwoordiger in de toekomst.

In opdracht voor de AVG in Den  Haag,  Ir.  Huibrechts,  begint nu de bouw van verticale liften voor gehandicapten. Dit  zijn  liften waarop de gehandicapte met de rolstoelplaats neemt op een plateau. Het werkt zonder elektriciteit. Door het gewicht goed in te stellen middels een hoofdgewicht en nog kleine gewichtjes voor finetuning kan de gehandicapte krachtloos zich via het contragewicht, dat met een kabel over een rondsel loopt, verplaatsen naar de hogere verdiepingen van zijn huis. Omdat dit ontwerp niet helemaal verantwoord was, er zijn enkele gehandicapten afgeschoten naar de maan, zijn wij daar later uit eigen beweging mee gestopt.

Dan begint er een periode waarin wij autodraaistoelen gaan maken. Mensen met stijve heupen kunnen dan toch in de rolstoelen worden meegenomen. Een chirurg in Winterswijk, Dr.Brummelkamp, heeft een echtgenote met een stijve heup. Hiervoor wordt een eerste prototype gemaakt. Het product blijft bestaan tot de heupoperaties rond 1980, de draaistoelen zijn dan niet meer nodig.

Alle figuren verschenen aan de zaak en alle ideeën werden uitgewerkt voor de klanten. Immers wij profileerden ons nog als constructiewerkplaats. Iemand wilde een warmtewisselaar voor een kachel gebogen hebben. Okay maakten we. Inmiddels was in 1963 de gasbel ontdekt in Slochteren bij Groningen. De DRU (Diepenbroeck, Reigers Ulft 1754) maakte inmiddels grote series Gasoja gaskachels. Dit is een populaire gaskachel die de kolenkachels in Nederland  overbodig maakte. Kleine bedrijven rond Ulft werden inmiddels betrokken om de spectaculaire bestelaantallen het hoofd te bieden. Mijn vader zette hier 3 mensen mee aan het werk, waaronder Johan Geerts en Jan Hunting. Dit type kachel is nog steeds in gebruik. Dit werk was een welkome opvulling. Inmiddels begon het ijzerwerk voor de rotanindustrie te tanen, er gingen zich nu sociale werkplaatsen zo als Presikhaaf in Arnhem op toeleggen. Inmiddels wordt nog wel geprobeerd via mechanisering de levensduur van het product te verlengen en de prijzen te verla- gen. Hiervoor werden er bij Theet van de Bult vliegwielen gehaald uit oude tractoren om een buigpers te bouwen die het handbuigwerk, twee bochten in één persbeweging, mogelijk maakten en gelijktijdig de twee gaatjes door-en-door in de buis perst.

Op een gegeven moment moest vader voor op het kantoor komen en werd er een nieuwe naam bedacht. Het werd Revalidatie Apparatuur Beumer.

Door de enorme druk van nieuwe modellen en het zoeken van fatsoenlijk werk liepen de spanningen op. Het Beumer’s bloed werkte daarbij niet gunstig. Er viel steeds vaker de verzuchting “als ’t ow niet aansteet dan ….”. Na 15 jaar gingen ze uit elkaar en gaat Jan Roes bij Dacon in Terborg aan de slag als voorman.

Ans Beumer altijd partij:

De techneut ontwikkelaar zit in het algemeen niet achter het geld aan maar richt zich op  het  behalen  van  creatieve uitdagingen. De Beumer eigenschappen laten zich dan goed mengen met de Holthausen eigenschappen waar een handelaarsmentaliteit zit van cashmanagement. Deze eigenschap heeft Ans steeds ten volle benut om te zorgen dat er in een sterk groeiend bedrijf toch steeds genoeg geld was om de te groei te financieren.

Zij werkte van 1967 tot aan de verkoop van de zaak, aan mij, op de administratie annex bedrijfsbureau. Zij zette het documentatie- en prijzensysteem op en deed de rekeningen dezelfde dag nog uit. Maar bovenal werden de klanten via de telefoon en de telex op hun wen- ken bediend. Geboekte orders gingen per omgaande naar de productie. Ans zorgde voor de commerciele slag in het bedrijf.

Johnny Rexwinkel: Een begrip in Nederland

Man van het eerste uur. Hij begon in 1968 als medewerker No. 6 en is inmiddels meer dan 30 jaar in dienst. Fris begonnen van school als 16 jarige bij Beumer’s Staalmeubelen Industrie. Hij verdiende Fl. 188.- per week. In dienst waren: Jan Roes, Ans Beumer, Willem van Gestel, Jan Hunting, Bennie Bergervoet, en later kippenvanger Fred Ebbers, muzikant Frits Löwenthal alias Fidel. Fidel had een eigen ijsverkooppunt in de voortuin in Bontebrug en was zelf zijn grootste klant. We kregen om de haverklap ijs op het werk. Een wonder stelletje collega’s van muzikant tot duivenkerels en kermisvechters. Bijzondere taken: auto’s kijken met de baas; thermostaat knoppen vervangen; verbouwingen en afrasteringen maken voor de schapen. Hier was iedereen druk mee bezig.

Als machinebankwerker werd gietwerk op de fiets opgehaald bij aluminium gieterij van de Linden in Terborg. Ook ging je met de Kreidlerbromfiets 6 meter lang staafmateriaal in Ulft ophalen net zolang tot dat je werd vastgereden door de politie met de witte petten. We werkten aan verticale patiëntenliften. Dat was 1 week bouwen en 1 dag plaatsen.

1 Dag wilde zeggen ‘s Morgens 3 uur vertrekken en de volgende dag om 3 ‘s nachts weer thuis. Soms moest er nog een stukje gelast worden bij een plaatselijke smid.

In  deze  tijd  viel  er  meer  te  lachen  dan  heden  ten  dage.    Met oudejaarsavonden kwamen veel medewerkers pas met nieuwjaar thuis. Als de drank op was ging je met het boodschappenboekje van moeder Beumer even naar de buurman IFA-kruidenier Frans Zondags van de Koloniale Waren. Als het dan weer op was werd er gezongen “B’j Zondag in de kelder is nog zat…”.

In deze pioniersjaren pakte je van alles aan: beurstands opbouwen; bus laden in de kou.

Nieuwe modellen maken voor beurzen; ‘s morgens met de goede kleren aan naar de klanten, ‘s middags weer in het kloffie de fabriek in. In die dagen vervoerden we alles zelf naar de klant, ritten van 700 km per dag en dat 1 of 2 keer per week waren geen uitzondering. Toen kwamen er de vaste klanten van het GAK / GMD. Klanten als verpleeghuis Molenberg / Den Ooiman / ‘s Heerenlo en diverse Districts Kruis- zorginstellingen.

Johnny Rexwinkel deed een stuk ontwikkeling maar ook de uitbesteding van producten.

Met de verkoop van electrische rolstoelen kwamen er ook de contacten met dealers in Nederland en later in België. België was vrij prettig want dan kon het gebeuren dat je om 10.00 uur ’s morgens met een wederverkoper aan een pilsje zat.

Ook de Fortressdagen (electroscooters) waren een heugelijk feit. De eigenlijke opkomst van de electrische scooter of plateau rolstoel. Je werkte direct samen met de oprichters van revalidatiedealerbedrijven.

De gehandicapten hadden zeer uiteenlopende lichaamsgewichten van 5 kg tot 280kg. We maakten tweezits-rolstoelen tot 87cm zit- breedte voor obesitas-patiënten. Bijzondere klanten: Zwerver K. die je van 20 meter afstand kon ruiken.

Mevrouw A.: Soms zo uitgebreid van stof dat het niet uitmaakte de telefoon even langs de haak te leggen. Pastoor Sloots’s proefritjes op het kerkhof en altijd rookworst bij het bezoek. Deze interessante klant werd met name ‘s avonds ingepland.

Zo werd er eens een rolstoel geleverd aan een oudijzerhandelaar die veel overvallen werd omdat men dacht dat hij contant geld in huis had. Dit moest een hele brede rolstoel worden. De klant leverde zelf wel de bekledingsstof aan. Dit werd een huid van een rood bonte koe. Het werd uitgevoerd met een revolverhouder aan de linker en aan de rechterzijde. Dit soort klanten pakte je ‘s avonds. Machtig interessant.

In die dagen hadden we nog geen enkele vakopleiding op revalidatie- gebied, je moest alles zelf uitzoeken. Je moest in de praktijk de ervaring opdoen.

Goed luisteren en oplettendheid was de beste leermeester om alle ziektenbeelden en oplossingen te leren kennen. Johnny is later de klantencontacten gaan doen.

In het werk moesten voortdurend de eisen en wensen van de klant, kind, ouder, en vergoedende instantie tegen elkaar worden afgewogen.

Hij legde er veel van zichzelf in. “Je wilt mensen een plezier doen met een goede voorziening”.

Inmiddels worden sommige klanten door Johnny al 30 jaar bediend. RSR Revalidatieservice is uitgegroeid van een ambachtelijk bedrijf tot een hoogwaardige dienstverlener én leverancier van voorzieningen binnen de revalidatiebranche aan particulieren en instellingen.

Ab Jans: Man van het eerste uur.

Architekt, aannemer, metselaar en uitvoerder.

3 Februari 1969 in dienst gekomen. 12,5 jaar volgemaakt. 25 Jaar volgemaakt en 30 jaar volgemaakt en toen met de deeltijd-Vut gegaan. De eerste jaren waren tropenjaren: werken van 7.00-23.00 was geen uitzondering.

In de beginjaren had Revab  veel  duivenliefhebbers  in  dienst.  Ab was ook een groot liefhebber en een bekende prijsvlieger met perfecte jonge duiven en gouden eieren. Soms gingen er jonge duiven mee naar een potentiële klant. Menige  pauze  leek  wel een vergadering van de duivenvereniging. Er werd geschaft op verftonnetjes om de oliekachel.

De levertijden van 3 maanden op de rolstoelen was erg lang.

Ab zei tegen mijn vader: “Ik zou zo’n rolstoel al niet eens meer willen hebben.”. Goed, zei Teun Beumer, als jij dit te lang vind; doe d’r wat aan, en ga je daar mee bemoeien!  Ab behaalde zijn vrachtrijbewijs bij rijschool Liebrand. Zo konden de rolstoelen nog sneller weggebracht worden naar de klant.

Verpleeghuizen waren tot dat moment een onbekend verschijnsel, en even  later kwamen ze als paddestoelen uit de grond. Bij revalidatiecentrum Den Ooiman in Doetinchem werkte Ab veelvuldig samen met de eerste fysiotherapeut dhr. Jansen van de Achterhoek en Liemers.

Als Ab onderweg een productverbetering signaleerde dan moest deze er ook komen. De productie en ontwikkeling van rolstoelen stond dicht bij de klant. Eerst werden er horizontale rolstoelen 550-ers gebouwd maar dankzij Ab kwam de 8 graden wigzit 550-ers in zwang. Wachteffe we hebben nog wel  een voorraad  van 100 stuks! Hoe eerder weg hoe beter! Vanaf de Medicabeurs 1971 vlogen de 550-ers met 8 graden hoek de deur uit als warme broodjes..

Ab was medecreator bij vele type nummers: De Ooiman-serie 100, 101, 103, 201, 200, 104, 103T ,105 en de Revab 320.

Overigens dit was nog de tijd dat een 550-zijframe werd verkoperd, vernikkeld en verchroomd. En vervolgens met een rolletje crêpe- papier omwikkeld werd. Verchroomd werd er bij Emmelot in Gouda.Toen de vouwbare rolstoelen goed werden verkocht werden de plateau-liften stopt gezet. Er was geen tijd meer voor. De vouwrolstoel werd hoofdproduct en is dit tot de dag van vandaag gebleven.

Revab was aanvankelijk een directe leverancier aan de eindgebruiker, dus zonder inschakeling van wederverkopers. De eerste rolstoelen werden voor Fl. 495,- verkocht. Hier kon de revalidatievakhandelaar niet tegen op alleen moesten we wel stad en land afreizen. Later werd de prijs opgetrokken en de levering uitsluitend via de wederverkoper was een feit.

Ab heeft zo’n beetje alle hoeken van de fabriek gezien: stofferen, bezorgen, productie lassen, wielen spaken, verkoopadviseur (je deed eigenlijk het werk van ergotherapeuten die er toen nog niet waren), stoffeerplanning, plannen van het montagewerk, calculeren (als Ab een prijs berekend had dan wist je zeker dat je er aan verdiende), ontwikkelen, modelmaken, draaien, fraisen, en het aanpassen van andere merken want, immers Revab en RSR Revalidatieservice waren nog één bedrijf.

Een allround vent als Ab zou heden tendage niet meer kunnen bestaan want:

a.  taken zijn verregaand uitgesplitst.

b. Is het niet meer nodig omdat producten allemaal modulair zijn opgebouwd;

c. Vakmensen krijgen niet meer de kans om zich überhaupt zo allround te kunnen       ontwikkelen.

De klant veranderde. Caritasverenigingen, parochiële zorg en districts-kruisverpleging werden AAW en AWBZ. Fysio- therapeuten die verantwoordelijk waren voor rolstoelen werden ergotherapeuten.

Bijzondere klanten: Dolfinarium, Efteling, export naar exotisch landen zoals Libanon, Antillen (televisieprogramma’s met Willem Ruijs en de 1-2-3-Shows).

Fabriek aan de Prins Bernhardstraat 63 in Silvolde:

Als 7 jarig kind zie ik de verhuizing door Theet van de Bult plaatsvinden, van de bescheiden machines en inventaris, op platte wagens met Lancer Bulldog tractor, 1-cilinders met een gigantisch vliegwiel met het karakteristieke geluid. Eigenlijk vond ik het een armzalige vertoning. Een fabriek zou toch minimaal op een echte vrachtauto verhuisd moeten worden.

De nieuwbouw van de woning en de fabriek bevatte een aantal noviteiten zoals een douche en centrale verwarming en koken op het vaste gasnet. Medewerkers, familieleden en vrienden kwamen zaterdagmiddag douchen.

Een nieuwe machine was in de maak. Met de vliegwielen van een Bulldog Lancer Tractor, de tandheugel van een oud Amerikaans legervoertuig en de draaikrans van een  oude  kleigraafmachine die bij een Ettense kleiput stond weg te rotten werd een nieuwe buigpers gemaakt om de opkomende concurrentie van sociale Werkplaats Presikhaaf op het gebied van de rotanonderstellen te lijf te gaan.

Silvolde had in 1962 nog geen ruimtelijke visie en kon zonder Provinciale controle haar gang gaan. Dat gebeurde dan ook volop onder de gemeente architect die Klungel heette (later werd de naam veranderd in Van Midwoud) . De pastoor vond dat de industrie naar de rand van het dorp moest gaan. Dit gebeurde in 1962. Wij bouwden aan de ‘rand’ van het dorp. Een jaar later verschenen krantenartikelen:  wie in Varsseveld zo stom kon zijn om dit te beslissen. Thans hebben we 40 buren.

Het eerste wat ons opviel bij het inspecteren van het stuk grond aan de Prins Bernhardstraat was dat er allemaal wilde viooltjes groeiden.

IFA Koloniale en grutterswaren F. Zondag in de Prins Bernhardstraat 

De winkel van Zondag tegen over ons huis was een bedienings- (geen zelfbediening) levensmiddelen- en grutterswarenwinkel. Alles werd voor jou gepakt en op de toonbank gelegd. Rondom het pand zaten automaten voor: sigaretten, drop, pepermunt, kauwgom, hoesttabletten e.d.

De boodschappen  werden  in  het  winkelboekje  geschreven. Vaak werd het ook weer doorgestreept in een poging uit  te  komen op het nagestreefde weekbudget. Vrouw Zondag vulde de bedragen achter de hanenpootbestellingen in. Omdat de huisvrouwen sporadisch in de winkels kwamen stonden ze nauwelijks bloot  aan de verleidingen van het schap. Aan het einde van 1 of 2 weken telde vrouw Zondag alles uit het hoofd op, al dan niet gestoord door praatjes van klanten of vragen van het personeel. Tevens werd uitgerekend hoeveel zegels iemand kreeg. Als kind werd je er vaak op uit gestuurd om te zien of vrouw Zondag het boekje al had opgeteld en of er al betaald kon worden want het was niet gepast de schulden hoger als een week op te laten lopen.

Tijdens het verzamelen van de bestelling nam je plaats op één van de drie harde houten stoelen en ging een gesprek aan met één van de andere wachtenden. Af en toe onderbroken door het toelichten van een onduidelijk geschreven opmerking in het boekje.

De Zondagen hadden een interessante klantenkring al dan niet uit de tijd van de bloeiende zwarte handel na de oorlog. Een interessante wereld voor een kind. Alles kon in tussenhoeveelheden besteld worden. Soms werd er verontschuldigend gesproken: dat hebben wij helaas alleen voorverpakt ja tegenwoordig die grote fabrieken….

Woi ’t in de toet of heb i’j zelf een zak b’j ow?
Lukt dat of zak ’t effe loaten brengen ?

IJstaarten konden uitsluitend op feestdagen besteld worden op basis van de eerste kleuren folders, die je even mocht lenen en niet mocht kreuken. Op de feestdag zelf mocht je achterom, de ijstaart afhalen tussen 11.30 en 12. 30 uur. Bij het ophalen werd nog even bevestigd dat de ijstaart al was bijgeschreven in het boekje.

Op een dag  had ik een alarm pistool gekregen en vond dat in de straat maar wat leven moest komen en haalde bij Zondag in de winkel de trekker over. Aangezien de gehele granieten vloer onderkelderd was kreeg de knal een mega-effect. Korte tijd erop vloog er weer eens een vliegtuig door de geluidsbarrière toen een plank in de winkel spontaan naar beneden kwam. Wie was nu de dader?

De grutters leiden een karig bestaan. Tot  dusverre had het volk de grutters niet nodig voor de hoofdmaaltijd. Dit gebeurde door leveringen tussen families en rechtstreeks van de boer, de boomgaard of de eigen huisslachtingen en moestuinen. Enkel voor specerijen, suiker, koffie, zeep en non-foods werden ze gebruikt.

Dagelijks kwamen er vertegenwoordigers aan de zaak soms met de trein maar steeds vaker met de auto. Deze vertegenwoordigers moesten eindeloos wachten want de klant ging altijd voor. De vertegenwoordigers spraken dan zeer voorkomend in grote nederigheid met de klanten. Soms moesten de vertegenwoordigers zolang wachten dat ze vanzelf weer gingen en dan was vrouw Zondag opgelucht. Vroeger waren de werktijden op de fabrieken langer dan nu maar niemand hoefde meer de deur uit als hij eenmaal thuis was. Alle leveranciers hadden de levensmiddelen en de non-food-producten netjes thuis bezorgd.

De eerste zelfbedienings supermarkt werd in 1947 in Nijmegen geopend. Silvolde moest nog 20 jaar wachten. In de jaren 50 van de vorige eeuw werd 40% van het huishoudinkomen besteed aan levensmiddelen. Dit is tegenwoordig nog maar 14%.

Winkeliers gingen vroeger nooit op vakanties. Klanten zouden op het idee kunnen komen van de IFA naar de A&O, Vivo of Spar over te lopen. Toch kregen m’n ouders de familie Zondag zover om in 1966 twee dagen met hun naar de Moezel af te reizen.

De week afsluiten in de fabriek

Aan het einde van de week, op vrijdag, werd er altijd een zeer stevige  borrel  gedronken,  jenever,  cognac  en vooral bier. Het meeste personeel was duivenmelker en dit waren goede innemers. Iedereen ging ladder zat naar huis. De vrouw had inmiddels de loonzakjes afhandig gemaakt en er kon dus  een potje gebroken worden. Een was er zo beschonken dat hij met de gemini-10-raket naar huis wilde. Dit was heel vooruitziend want we zaten toen net  voor  de  Gemini-3-raket-lancering. Zaterdag, de volgende dag werd er weer gewerkt.

Door de afwezigheid van de televisie waren er andere middelen om de tijd te doden. Zo ging ik met mijn vader op zaterdagsavond, na de wekelijkse douchebeurt, naar Frans Zondag. We gingen dan lucifers raden onder het genot van de gortdroge humor van Frans Zondag. Zijn vier dochters speelden dan op de piano en zongen.

Enkele curieuze verkoopartikelen vond ik nog in de boekjes: Buisman, gazeuse, bleekwater, tuttie-fruttie, haring in tomatensaus, patentbloem, maizena, wrijfwas en kachelglans.

Rookworst fl. 1,42 ; 1/2 pond DE-koffie fl. 1,92 ; 1/2 pond toffee’s fl. 0,95 ; pakje Blue Band fl. 0,82 ; Jozozout fl. 0,22 ; pak rijst fl. 1,40 en soda fl. 0,13.

Elders winkelen in Silvolde

In de winkels waar je minder bekend was werd je eerst gescreend. Net zo lang tot bekend was: oh, dus i’j bunt er dus een van Willemien van Treuj van Paul die met den voetballer uut Oer getrouwd is. Moar bun i’j dan Beumer met ö of met eu? Dan pas werden de wensen aanhoord en dook men het magazijn in.

De Prins Bernhardstraat (voorheen Buurtseweg,Veldweg):

Deze straat hoefde je een mensenleven niet te verlaten. Alles was hier aanwezig.

Caféboerderij Meijer, Cafetaria Annie en Hendrik Bergervoet, Cafetaria Ben Bongers, toonbankwinkel-IFA-Koloniale Waren en grutterij Frans Zondag-Borggreven, pensionaris, Openbare school, leraar Olthof had een verbrandingsoven achter het huis om zilver terug te winnen uit fotomateriaal van ziekenhuizen, autorijschool Winters annex vervoerder Vermeulen Eierbeschuit, het kerkhof met wekelijks 1 of meer grote begrafenissen, Martin Peters Electro, boer, schoenwinkel Böhmer, schoenwinkel Spekschoor, Frans Buitink loonbedrijf (bij overstromingen en onweersbuien ging hier iedereen kijken hoe de woning was volgelopen met water, diepste punt van de Prins Bernhardstraat en de Schoolstraat. Er was nog geen televisie. Er is geen mooier vermaak dan leedvermaak. De familie Buitink kwam naar buiten en zette de meubels op de stoep te drogen en legde de kokosmatten er overheen. Een dikke rij mensen stond er nieuwgierig om heen te gapen.

Bakker Heimink, bakker ten Have, Zwarte Boeren Bond voor protestanten en andersdenkenden, De ABTB-CAVV de bisschoppelijke boeren en tuinderbond voor de katholieke boeren geiten en koeien, Coöperatieve Melkfabriek en kaasfabriek (jaarvergaderingen met boeren in pak met mottenballengeur), Theet Rensen (mijn oom) met de winkel van Sinkel servies kruisbeelden en devotionalia, (tante Bets in de winkel en ome Theet met de bakfiets de boer op), Van de Kemp utiliteitsbouw (de grote van de Kemp, bouwer van alle grote gebouwen in Doetinchem en de Achterhoek inclusief de katholieke kerk in Silvolde), de kleine van de Kemp bouwaannemer, kerstboomverkoper, meubelfabriek van de Kemp project meubelen en doodskisten, vee- en fouragehandelaar, Bongers garen en band fournituren, kleding en Kroon-levensmiddelen, Bieleveld lood- gieter en servieswinkel, kleermaker / stomerij en koster, Ten Have glas- en verfgroothandel, Beumer’s Staalmeubelen Fabriek, Winkelhorst tassengroothandel, Loodgieterbedrijf Gert en Annie Coolenbrander, boerderij Immink, Natuurreservaat bij BP station, Sticker kistkalveren (schuin tegenover RSR), de jonge familie Sticker was bij een oude man ingetrokken op de voorwaarde dat als ze hem verzorgden tot aan de dood ze dan het huis gratis kregen. Vincent Kramer Schoenherstelbedrijf en voorzitter van de armenvereniging Vincentius. Hij had slecht 1 lampje in het bedrijf. Aan de peerlamp zat een oogje. De verschillende werkplekken hadden een haakje. De lamp werd continue verplaatst van de leest naar…oprekmachine.. naar de werkbank en andere werkplekken in de schuur. Ik gaf hem als 7 jarige een fooi op een schoenreparatie van Fl 0,35. door deze armetierige indruk.

Zuivel- en kaasfabriek in de Prins Bernhardstraat

    

De Coöperatieve Stoom Zuivelfabriek “De Eendracht” was een initiatief van de omliggende boeren om hun producten te vermarkten. Voor 1910 zetten de boeren de melk af direct aan de winkeliers en de particulieren. Met deze fabriek werd dat anders. De boeren waren de aandeelhouders. In de jaren na 1960 waren er grote fusies met andere zuivelfabrieken in Angerlo-Dieren met Vicomi in Arnhem en later Comeco en Coberco. Vooruitziende geesten beweerden in 1969 dat er een tijd zou komen dat er in elke provincie nog maar één zuivelfabriek zou zitten. Dit geloofde toen niemand. Inmiddels hebben we er veel minder dan er provincies zijn.

Voor de kleine boeren was het melkvaren een welkome aanvulling op het inkomen. Voor de voermannen was het zomers een weldaad om op de bok te zitten maar in de winter het tegendeel. Tijdens het lossen kregen de paarden een voerzak om. De calorieën voor de terugweg werden dan bijgespijkerd.

Het lawaai van de melkontvangst bij de zuivel- en kaasfabriek was oorverdovend. Schreeuwende boerenknechten die het leuk vonden na een lange eenzame tocht op de paardenkar of trekker iemand tegen te komen om mee te praten. Zij sloegen de deksel van de melkbussen af met rubberhamers. Als een deksel niet loswilde ontstonden er files en werd er geschandaald wat door de enorme hoge fabriek nog eens versterkt werd. Bij de melkafgifte werden monsters geschept om de kwaliteit en ziektes vast te stellen.

De melkvaarder inde het geld op de zuivelfabriek en legde het bij de boer op de huiskamertafel. Hij moest telkens op pad met duizenden guldens in de buidel.

Jeugdherinneringen

Dikke Joep

Zondags reed ik met neef Hennie, met Elvis Presley kuif, mee op zijn fiets naar dikke Joep op het marktplein. Één van de eerste snackbars in de wijde omgeving. Uit de juke-box schalt het liedje van Anneke Grönloh als Hennie er eentje opzet van Elvis. Dikke Joep wordt van week tot week populairder bij de Duitse Halb Stärken (nozems). Ze komen met grote hordes rode Kreidlers en Zündapps. Ze doen wedstrijden wie het langste op één wiel door het dorp kan rijden en verstoren de eeuwige stilte van ons dorp. Er wordt een Silvoldse knokploeg opgericht, gedogen kenden we toen nog niet en op een zondag sterft een Duitse nozem. En de rust keert weer. Immers hadden we met die Duitsers toch nog een appeltje te schillen.

Onze eerste vakantie zou pas in 1965 plaatsgrijpen. Voor die tijd moesten wij het hebben van de kermissen, boerderijbranden, vliegtuigen die door geluidsbarrières vlogen, onweer en paarden die op hol sloegen.

Verder genoten wij van het wuivende gras op de onvruchtbare duinen en de gele bremmen die zo lekker zoet roken, de paardenbloemen en de meibloemen.

Op de beschuitfabriek van Heimink (huidige Instromet) werden warme bollen losgesneden en met een beetje suiker er tussen waren dit tractaties voor de schooiende jeugd. De knecht die de beschuiten moest omkeren stond bij de deur die altijd openstond vanwege de warmte. Iedereen die bij de deur ging staan kreeg een halve be- schuitbol. Als we de tweede keer kwamen dan moesten we eerst een liedje zingen

Midden jaren zestig reden er twee types auto’s. Niet-ontstoorde en ontstoorde auto’s. Kwam er een auto voorbij die niet ontstoort was dan viel de televisie ontvangst enkele minuten uit tot grote ergernis van de televisiekijker. Op een dag hadden enkele vrienden van mij een bobine op de kop getikt die werd uitgetest op onze Nederlands sprekende buurman Johan Winkelhorst die een groot voetballief- hebber was, scheidsrechter en voorzitter van FC Silvolde. Op een dag had hij de scheidsrechtervereniging uitgenodigd om bij hem thuis een belangrijke wedstrijd bij te wonen voor zijn mooie nieuwe televisietoestel. Mijn vrienden lagen in de duinen en hadden een goed zicht op de woonkamer en begonnen op het goede moment de bobine en de relais te bedienen en genoten van een hopeloos ijsberende buurman. Een deel van het gezelschap kwam naar buiten om naar de antenne te kijken op het dak en toen was het moment gekomen om er hard vandoor te rennen.

Door dat iedereen wist dat wij een fabriek hadden kwamen er altijd veel vragen: kun je dit, heb je dat. Zo ook Hans van Dillen en Berrie Keizer buurtgenoten van 3 klassen hoger die mij volledig begonnen in te palmen. Kun jij buisjes leveren zo dik zo lang? Deze lagen bij ons altijd in de afval bak. De plannen betroffen het maken van bommen. Okay, ik doe mee maar wil wel meegenieten. De buizen werden gevuld met een lading natriumchloraat en stikstof. Leverancier ABTB-CAVV boerenbond. Na tal van interessante explosies, waardoor ons aanzien in het dorp aanzienlijk steeg, was de laatste explosie bij Berrie Keijzer thuis. Hier kwam de garagedeur met kozijn en al naar buiten. Dit was dan ook het einde van het avontuur.

Het spotten van auto’s bromfietsen, motoren, draglines, bulldozers was inmiddels hobby geworden. Samen met de buurjongens schreven we deftige brieven naar importeurs om folders te mogen te ontvangen.

Meestal waren we direct vanuit school in het Kraaienbos aan het voetballen of waren we te vinden in en rond de zuivel-kaasfabriek of de boerenbond. Het meereizen met een melkvaarder met paard en wagen of tractor was top. Maar ook op de reuze Volvo-tankvrachtauto’s meerijden om wei te brengen van de kaasfabriek naar de Rivellafabriek in Borculo was ook een gewilde bezigheid.

Rond 1966 komt Silvolde in het nieuws en haalt uitgebreid het journaal van 20.00 uur op de zaterdag avond.

Twee Dinxperloërs komen op de Berkenlaan ter hoogte van de voormalige winkel van Willemien Wellink in de bocht met grote snelheid aanrijden op weg naar Schiphol. Op dit moment werden hier melk- bussen opgeladen door melkvaarder van Aken op zijn door een paard getrokken wagen. De Dinxperloërs proberen de paard met wagen te ontwijken maar op datzelfde moment komt er een bus aan van de Gelderse Tramwegen. Zes doden zijn er te betreuren. De zaterdagswerkers van onze fabriek gaan kijken en de dorpsjeugd blijft de hele dag bij de reconstructie.

Mijn eerste herinneringen van buiten Silvolde was een bezoek met de bus van de Geldersche Tramwegen aan Arnhem. Ik sta aan de hand met mijn moeder bij de bushalte te wachten bij Musis Sacrum waar buslijn 1 begint van Arnhem naar Gendringen. Zie daar een oplegger vrachtauto voorbij rijden van de Spar. Ik zie hem, in mijn herinnering, nog rijden na 46 jaar.

In de vakantie en in mijn vrije tijd mocht ik altijd meehelpen stoelen afleveren. Dit gebeurde in fraaie oorden van serene rust zoals Regina Pacis en Insula Deï. Hier verzorgden nonnen met hoofdvleugels geassisteerd door zusters in witte uniformen patiënten de klok rond op bed die tegenwoordig gewoon in een electrische rolstoelrijden en volwaardig aan de maatschappij deelnemen en zelfs weer belasting betalen.. Bij het afleveren van de nieuwe serie rolstoelen kwam als welkome afwisseling het personeel kijken.

Bij onze buren aan de huidige RSR zijde Beatrixstraat lagen 300 mestvarkens. Als de wind verkeerd stond en er waren klanten uit het westen van het land dan schaamde je je vreselijk. Er kwamen elke 7 maanden nieuwe biggen, gefinancierd door de meelfabriek Hendriksen en de ABTB-CAVV. Joop den Uyl wilde voor elke arbeider elke dag een karbonade op de tafel. Iets verder zat zaal Mijnen, het Molentje, hier waren meerdere trouwpartijen per week. Bij warm weer stonden de ramen los en was slapen door de grote trom niet zo gemakkelijk. Elke week trok er wel een grote begrafenis door de Prins Berhardstraat.

In de afdeling lakkerij werkte een 80 jarige getatoeëerde zeeman, Willem, een binnenvetter die niks zei en er uitzag als een prijsvechter. Mijn vader waarschuwde: "ga met Willem niet te ver want hij pakt zo de stiletto".

De eerste steenlegging van de nieuwe fabriek en het woonhuis werd 10 minuten van te voren aangekondigd en we moeten abrupt van de Schoolstraat naar de Prins Bernhardstraat komen. De initialen en het jaartal 1962 waren met een spijker in 3 bakstenen gegrift. Om het leesbaar te maken was de kerf ingewreven met een eierkool. Voor de bouwvakkers was er bier.

De fabriek wordt door pastoor Verhagen met een soort wc borstel met gebruikmaking van veel water ingewijd. De jongens achter de machine kijken heel kritisch want wij verwerken voornamelijk koudgewalst staal dat snel roest. De fabriek draait gewoon door. Het is geen tijd van grote woorden. In de afgelopen halve eeuw zijn er geen ongelukken van betekenis geweest in de fabriek zodat we kunnen vaststellen dat wij op de Silvoldse Bult, het Tibet van de Achterhoek, toch een kort lijntje met boven hebben.

Het nieuwe stuk land wordt van een omheining voorzien met degelijke palen die er nog steeds staan. Hiervoor wordt een oude schoolvriend van mijn vader gecharterd, Hendrik Angenent uit Lengel, die inmiddels leraar lassen is op de ATS in Doetinchem en hier later onderdirecteur zal worden. Hij besteedt enkele weken om de ogen aan de palen te lassen. De palen krijgen vervolgens in een bekisting een betonnen voet aangegoten. De palen worden gemenied en later door mijn buurjongen Tonnie van Dillen en mij geteerd onder de volle zon.We ontdekken dat dit leidt tot huidbrand en staan elke dag vroeger op om de zon te ontlopen. Maar inmiddels voelen we ons alleen nog onder water prettig.

Eenmaal per week ging er een zending met rolstoelen weg. Aan de verchroomde rolstoelen zat veel poetswerk. Het poetsen ging het beste met dunne katoenen doeken. Rond dit moment schreeuwde mijn vader dan naar boven: Willemien, kuj nog effe een paar olde onderboksen naar beneden gooien.Waar op m’n moeder zei: I’j leert ’t ook nooit altied mot alles op ‘t laatste moment.

Weekloon

Er werd wekelijks betaald. Vrijdag was mijn taak een briefje van 1000 gulden te wisselen bij Koloniale Waren Zondag tegen over ons. Vervolgens deed mijn moeder dit in de loonzakjes. Aan het einde van de vrijdagmiddag stonden altijd vrouwen de mannen onder aan de straat op te wachten om het geld ‘af te pakken’. De vrouwen hadden dan het geld in handen en wist dat de man het niet kon verbrassen bij Harbers de kroeg op de hoek, waar het vrijdags altijd grote drukte was. Het was dan niet erg dat er bij ons nog een stevige borrel werd gedronken bij de potkachel.

  

   

  

  

    

          

Beurzen

De jaarlijkse Medica beurs in Utrecht was altijd het zakelijke hoogtepunt van het jaar. Deze activiteit maakte in die jaren een eigen vertegenwoordiger op de weg overbodig. Het zorgde steeds voor extra werk en groei. Ab Jans en Johnny Rexwinkel onderhielden het contact met de wederverkopers bij het afleveren van de rolstoelen en bij de ondersteuning van bijzondere passingen. Later kwamen regionale beurzen in de Martini Hal in Groningen en de Houtrusthallen in Den Haag. Nog later kwamen er beurzen bij in Gent en Düsseldorf.

Voor de eerste beurs in Utrecht werd neef Tonnie Tangelder, die leraar was, ingeschakeld. Met zijn beheersing van de Nederlandse taal kon dan een brug worden geslagen naar het medisch geschoolde publiek. Een week voor de Medica beurs moest mijn vader, van mijn moeder, elke avond zijn kolenschophanden weken in een emmer soda om fatsoenlijke handen te hebben op de beurs.

Op de eerste beurzen werden alleen opnamerolstoelen (niet vouw- bare rolstoelen) getoond voor verpleeginstellingen en diverse liften zoals stalenverpleegsters, wandliften en gehandicapten-balans-liften. Later kwamen hier de vouwbare rolstoelen bij.

Directe klanten

Omdat wij, in die tijd, direct leverancier waren zonder wederverkopers komen we veel bij klanten. Toen nog vaak bij mensen die een polio (kinderverlamming) hadden gehad. Als ik ’s avonds niet naar bed wilde zei m’n moeder: Pas op dat je geen kinderverlamming krijgt ! Doordat we niet met wederverkopers werkten reisden we veel om de rolstoelen af te leveren. In vakanties en ’s avonds ging ik altijd mee. Inmiddels ben ik op school de beste in aardrijkskunde en algemene kennis.

Heupstoelen

Tot de jaren 80 van de vorige eeuw hebben wij grote hoeveelheden heupstoelen (arthrosdese stoelen) verkocht. Deze zijn voor mensen met stijve heupen. Dan worden er op grote schaal heupoperaties ingevoerd waardoor de verkopen na enkele jaren geheel dalen en de productie uiteindelijk wordt stopgezet.

Vormgeving

Vroeger waren alle producten haaks of in verstek gemaakt. De productie was lineair en we dachten lineair. Door de invoering van CNC (computer gestuurde freesbanken) wordt een fraaiere vormgeving mogelijk. Na 1998 zijn er vrije-vorm-buigmachines die bochten in bochten mogelijk maken met oneindige radii.

Vakanties

We gingen aanvankelijk, voor 1965, nooit op vakantie en hadden een kudde van 9 schapen aangekocht en deelden twee kalveren met de buurman. Met een zelf gereviseerd rupsvoertuig werd de zand- afgraving gefatsoeneerd en werd er een weide met een zwarte laag grond uit Halle aangelegd. De eerste jaren beplant met stikstofbrengers en grondverbeteraars tot dat er een grote prairie ontstond waar de schapen naar harte lust graasden. Er kwam een verzengend hete zomer die al het gras verbrandde. Nu ging de hele zomer verloren aan het ophalen van oude aardappels bij boeren en ander eetbaar materiaal. De aardappels voor de schapen moesten in schijven ge- sneden worden. De rest van de zomer werd besteed aan inwecken: snijbonen , bonenrangen e.d. 

M’n ouders gingen nog een keer, op Spar-zegeltjes, met de Spar drie dagen naar Luxemburg. Jan Mekers achter het stuur.

Een aantal jaren gingen we met de fabriekjongens naar de TT in Assen. In Staphorst was toendertijd nog geen autobaan. Mensen in klederdracht stonden te kijken naar de lange rijen auto’s.

Onze eerste vakantie gingen we wildkamperen bij Vlissingen bij een afgelegen boerderij in het weiland. De boer en boerin geheel in klederdracht. De boerin droeg bloedkoralen en achteruitkijkspiegels en we konden ons nauwelijks verstaanbaar maken.

Op een vakantie naar Cochem aan de Moezel met ome Theet en tante Marie kregen mijn ouders honger. Ze stapten een winkel binnen en kochten een blik SMAK. Alle vier brildragend werd de inhoud, smak, smak met de pootjes van de bril tevreden naar binnengewerkt.

Het was niet ongebruikelijk dat wij tijdens de vakantie in de auto sliepen als alle hotels weer vol zaten. Hierbij kon het gebeuren dat mijn vader die zich onrustig snurkend verdraaide telkens met de knie tegen de electrische hoog laag antenne stootte en dat deze de hele nacht op en neer ging.

Het eten werd onderweg klaar gemaakt op een gasbrander. De wagen stond vol met kartonnen dozen met voedsel en aardappels. We aten uit opgespaarde mona-boterkuipjes die soms snel smolten door het warme eten waardoor je flink moest dooreten.

Dagjes uit begonnen altijd met boterhammen smeren en thermoskannen vullen. Voor de veiligheid werd altijd een jute zak meegenomen voor het geval dat de auto vast zou komen te zitten en we namen een paar nieuwe bougies mee om eventuele vette exemplaren uit te wisselen.

Achterhoek

In Silvolde bevond zich een uitleveringsdepot van Vermeulen Eier- beschuit in de beschuitfabriek van Heimink, het huidige Instromet. Toevalliger wijze reden de vaders van vriendjes als chauffeur op de eierbeschuit auto’s. Op vakanties mochten we altijd meerijden. Nog grote delen van de Achterhoek waren half of niet verhard. De auto’s trokken grote stofwolken en bij bakkerijen stopten we. Aangezien de grote dozen niks wogen hielpen we de beschuiten naar de stoffige meelzolders brengen. Bij nieuwe klanten die nog niet helemaal overtuigd waren dat deze beschuiten werkelijk meer eieren bevatten pakten we speciale gekenmerkte dozen van extra kwaliteit met extra veel eieren er in.

Heel vroeger werd er in de Achterhoek slechts eenmaal betaald per jaar. Aan het einde van het jaar werden de rekeningen vereffend. Tegen elkaar weggestreept. Een handklap benadrukte de handel.

Als wij nieuw personeel aan trokken van buiten de Achterhoek, leidinggevenden, dan sprak ik af om ’s morgens 06.00 uur naar de beestenmarkt in Doetinchem (Durkum) te komen. Hier was de pure Achterhoek nog in optima forma te bewonderen. Nadat we klompen kochten en aantrokken liepen we over de koeien- en schapenmarkt en volgden het eeuwenoude loven en bieden tussen de boeren en de veehandelaren. Hierna namen we een kop koffie en een borrel en bespraken de Achterhoekse waarden en de waarden van ons bedrijf. Vervolgens reikte ik dan het Achterhoekse Paspoort uit met handige tips over ons volkje.

Invloeden van buiten

Rond 1965 vergroot Silvolde qua woningen enorm. Er komen 500 huizen bij met veel nieuwe bewoners. Simpelweg import of vaak doorstromers. Silvolde past zich aan de nieuwe bewoners aan. We kunnen toch niet altijd in berenvellen blijven rondlopen is de opvatting. Er komt een andere mentaliteit in het dorp. De petten verdwijnen uit het dorpsbeeld. Vrouwen met hoofddoeken nemen af. Zondagse colberts worden truien en jacks. De lange rokken van vrouwen worden ingewisseld voor spijkerbroeken.

De eerste gastarbeiders, Spanjaarden en Filippijnen, komen aan en integreren snel en verdwijnen weer als ze genoeg geld verdiend hebben. Later kwamen de Turken. Ze liepen op zondagen voetje voor voetje door de straten. Kijk zegt m’n moeder: “Ze lopen met de ziel onder de arm”. Toen kwam het fenomeen gezinsvereniging. Het grote bedrog begon. Een wonderbaarlijke vermenigvuldiging kwam op gang. De aantallen stonden niet meer in verhouding tot de echte werkkrachten die ooit gehaald waren. Ons prille sociale stelsel en de bereidheid te betalen voor deze solidariteit werden om zeep geholpen. De vrouwenemancipatie moest nog op gang komen. Iets wat ik niet begreep want m’n moeder hielp altijd in de zaak mee of in de moestuin. Mijn vader hield van smederijvrouwen die meehielpen met de voorhamer bij de grotere werkstukken op het aambeeld. Mijn nichtjes gingen naar de DRU. En men zij geruststellend, het is wel op de inpakafdeling.

Veranderingen in Silvolde over een halve eeuw

De veranderingen in het dorp gaan langzaam maar zijn wel spectaculair. Enkele veranderingen brengen wij hier in beeld.

Alles is sober maar echt >>> nu vragen we ons steeds af: Is dit echt?

Van habijt >>> naar spijkerbroek Van klompen >>> tot Reebock

Van duurzame samenleving >>> naar Tsunamies

Van de Club van Rome >>> Tsjnernobyl

Van olieverspilling >>> naar oliecrisis

Van kolendampvergiftiging >>> naar klimaatgassen.

Van scharrelkip >>> naar kip op batterij.

Van bakfiets >>> naar stationcar

Van carbonpapier >>> naar “copy as”

Van eigen verantwoordelijkheid >>> naar geloof in de staat die het regelt.

Van natuur >>> naar ecologie

Van Silvolde >>> via Kalkar naar Kyoto.

Van Korea-dreiging >>> vredesdemonstratie in 1981 >>> val van De Muur

Van 8 bakkers in het dorp >>> naar globalisering

Van melkmachines >>> naar boerenknechten in de fabriek.

Van papier goed benutten op school >>> naar milieurampen

Van vloeistofduplicator >>> via stencilmachine >>> kopieer- machine

Van PTT-Post >>> naar telex >>> naar fax >>> naar internet

Van kroontjespen >>> naar ballpoint

Van de val van de muur >>> naar Poolse medewerkers

Van (bak-)fiets- en bromfietseconomie >>> naar auto-economie.

Van stille plek in het bos >>> naar herrieplek.

Van plattelandsvrouwen >>> naar bijstandsmoeders

Van kerk >>> naar zwarte gat

Van vee- en akkerbouw-bioritme >>> naar klok- en agenda-ritme.

Van schaarste >>> naar overvloed.

Van blokhaak en vlakplaat >>> naar rapid-prototyping

Van handbuigen op armkracht >>> naar vrije-vorm-buigmachines

Van welzijn >>> naar welvaart.

Van een samenleving van geringe veranderingen >>> naar onvoorspelbare veranderingen

Van een dorp met ongeschreven regels >>> naar regels en gedogen.

Van mestschaarste >>> naar mestoverschot.

Van iedereen kennen >>> naar anonimiteit.

Van gunnen >>> naar zakelijkheid.

Van zelf de broek ophouden >>> naar subsidies en toelages.

Van kromgewerkte boeren >>> naar bejaarden die fittnessen.

Van landschapsbeheer door de adel >>> naar natuur en milieusubsidies.

Van duurzame dorpsgemeenschap >>> naar wegwerpmaatschappij.

Van economisch onafhankelijk dorp >>> naar globalisering

Van dorpsomroeper >>> naar brievenbus vol reclame.

Van planten- en veebioritme >>> naar 24-uurs-economie.

Van landbouw de kurk van de dorpseconomie >>> naar industrie en dienstverlening.

Van de opkomst van hooidorsers >>> naar boerenknechten op zoek naar ander werk.

Van klantentrouw >>> naar wereldwijde concurrentie.

Van melk-, zaai- en oogst tijden bepalen het ritme >>> naar het ritme van de agenda.

Van inkrimping boerenstand >>> naar ruilverkaveling

Van geluids arme paarden en auto’s van 1000 CC >>> naar auto’s van 250 pk en 6,5l.

Van moestuinen en boomgaarden >>> naar siertuinen

Van kelder >>> naar koelkast en diepvries

Van buis >>> naar buis

Ten slotte:

Na een halve eeuw kan men alleen maar verbaasd zijn over de veranderingen die wij in dit dorp zelf aan den lijve hebben ondervonden en die waarschijnlijk overal elders in Nederland hebben plaatsgevonden. Voor mij was de Lichtenbergseweg periode altijd een idylle. Een vergaan tijdperk waaraan ik nog even heb mogen snuiven. Maar voor tante Marie was dit een periode die ze maar zo snel mogelijk wilde vergeten met dat oude huis en de ouders die een aansluiting op de waterleiding en de electriciteit niet nodig vonden.

Terugziende op het verleden herinneren we ons vaak een‘Heile Welt‘ en idealiseren we dit. Toch ruik ik nog de sobere vochtige huizen en zie ik de kooi met geluksbrengende tortelduiven in donkere ruimtes hangen, pruimtabak op de lemenvloer, de achterkamertjes met menselijke wezens: teringlijders, gehandicapten, zwakzinnigen en dementerenden die uit het zicht werden gehouden. 

Een mooi compliment is dat van alle typen producten die het bedrijf ooit gemaakt heeft, je nog steeds overal producten in gebruik ziet.

Kunnen wij nog nieuwe bedrijven opstarten in Nederland?
Willen wij nog zolang zuinig leven en alles ontzeggen om start kapitaal  te verzamelen?
Zijn er nog voldoende neven die de opstart willen faciliteren?
Zijn er nog opa’s en oma’s die deze hectiek op het erf dulden?

Als de drive van de jaren 50 van de vorige eeuw weer terugkomt dan hoeft Nederland niet bang te zijn voor de economie en te denken dat de kinderen het minder goed zullen hebben dan hun zelf. De typische jaren 50 drive herken ik nu in Aziatische landen en dit geeft te vrezen. Wij Nederlanders zijn zat en voldaan... en worden inmiddels niet meer geprikkeld door de crisis en oorlogservaringen van onze ouders.Voor een bedrijf in opkomst of zoals u wilt start-up zijn vele neven, nichten, familie en gepensioneerden noodzakelijk. Is veel hard werken en overwerk nodig. Moet men willen werken bij een onaanzienlijk klein prutsbedrijfje.

Een familie bedrijf heeft kracht. Chinezen pakken het op dezelfde manier aan als wij in de jaren 50. De kracht van hun economie zit in de drive binnen hun familie. Ik signaleer in China succesfactoren, zoals wij die in de jaren 50 zagen. Maak uw borst maar nat.

De kracht die ons bedrijf heeft ontwikkeld is voor een belangrijk deel te danken aan het feit dat Nederland in de beginperiode een goedkoop eiland was binnen Europa. Goedkope krachten zijn een voorwaarde om nieuwe industrie in eigen land van de grond te krijgen. Wat dat betreft denk ik dat Nederland een zware tijd tegemoet gaat. De politiek en de vakbonden bepalen of hier nog industrie mogelijk is.Volgens de PVDA-wethouder John Haverdil van de gemeente Oude IJsselstreek moet je in Nederland geen industrie willen zijn. Wat dan wel? Wat hij wel weet is dat er op de korte termijn nog 7000 inwoners bij moeten komen. Is er ooit wel eens uitgerekend hoeveel inwoners de bodem en de economie aan kan? Of kan Silvolde net als tussen 1965-1970 toch weer expanderen in inwoners met een gigantische toename van de welvaart?

In ons vak zijn er enkele bedrijven die het veel beter gedaan hebben dan wij maar ook vele zijn verdwenen.

Ondernemers maken het verschil in de streek !

Ofschoon niets blijft waar het stond zijn buizen als constructie- element voorlopig nog niet vervangbaar.

Wij danken alle mensen waar we mee samengewerkt hebben en nog mogen werken.

Stef Beumer

 

Veel klanten van ons die vroeger bedlegerig waren en volverpleging kregen rijden nu rond in een (electrische) rolstoel.

Op deze verworven onafhankelijkheid zijn wij trots.

De revalidatieman:

geeft mensen zonder benen mobiliteit maakt mensen mobiel

betrekt gehandicapten bij de samenleving houdt ouderen in beweging

werkt aan onafhankelijk en zelfstandigheid

laat gehandicapten boven zichzelf uitstijgen (empowerment) werkt aan waardigheid

integreert gehandicapten en niet-gehandicapten compenseert verlies aan lichamelijke functies

zorgt dat de mensen weer op de koffie kunnen gaan zorgt dat de mensen weer boodschappen kunnen doen

zorgt dat de mensen weer kunnen deelnemen aan het leven van alledag stelt zijn vakmanschap in dienst van de oudere en de gehandicapte

is maatschappelijk betrokken en biedt zijn diensten aan op gunstige voorwaarden stimuleert gehandicapte sporters bij topprestaties

weegt af tussen overheids- en verzekeraarsbelang en het belang van de klant luistert en toont respect als medemens

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SilvoldePediA
Ulftseweg 26
7064 BD Silvolde
tel. 0315 – 342 600
mail@CRSilvolde.nl