a Harm Warner

Harm Warner in gesprek met John Liebrand

8 januari 2020

Harm Warner

In februari 1982  besloot ik om met mijn gezin te verkassen naar de achterhoek om daar rust en geluk te vinden.
Mijn gezin en ik hadden al meerdere malen genoten van de frisse lucht en alle ruimte die deze omgeving  te bieden had.

Mijn broer Geo en zijn vrouw Joke  woonden al geruime tijd in het Achterhoeks dorpje Aalten. Met regelmaat kwamen we bij hen op bezoek en genoten iedere keer weer van alles om ons heen. De vrijheid, de ruimte , de gastvrijheid, het weer én de mogelijkheden. Dus niets stond ons nog in de weg om de koffers te pakken en te vertrekken naar de gemudelijke  Achterhoek.

Ik ben een geboren Utrechtenaar maar Inmiddels voel ik me meer een Silvoldenaar.

Op 5 februari 1950 ben ik als 7e zoon in een domineesgezin van 9 kinderen geboren.

Twee dagen na mijn geboorte kregen mijn ouders  een felicitatie van Koningin Wilhelmina.

 

Deze gebeurtenis vond plaats in de Pastorie van de Gereformeerde Kerk in Zuilen.

Wat voor mij bijzonder is, is dat de pastorie (het huis  waarin ik geboren ben)  In 1953 werd afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe Gereformeerde Kerk.

De kerk waar mijn oudste dochter in 1975 werd gedoopt door mijn vader.

Zeven maanden na mijn geboorte zijn we naar Utrecht verhuisd vlakbij het Wilhelminapark.

Op vier jarige leeftijd ben ik van één hoog (het linker raam op de foto) uit het raam gevallen met als resultaat een schedelbasisfractuur.

Mijn opleiding als gezel meubelmaker genoot ik op de LTS in Utrecht en op de bedrijfsschool van meubelfabriek  “De Pastoe”.

Na mijn opleiding ging ik aan de slag bij orgelbouwer “Van Vulpen”. Daar heb ik onder andere aan de restauratie van het orgel van de Domkerk gewerkt.

Na een leuke tijd bij “Van Vulpen” ben ik bij bouwbedrijf “Jurriëns” in Utrecht gaan werken.
Dit bedrijf was gespecialiseerd in onder meer het restaureren van kerken. Zowel interieur als exterieur.
Ik heb me in dat bedrijf hoofdzakelijk bezig gehouden met de restauratie van preekstoelen, kerkbanken, koorhekken en alles wat aan restauratie toe was.

 

Eén van mijn meest inspirerende werken vond ik het koorhek van de Grote of Sint Vitus kerk in Naarden. Van het hek waren in de loop der jaren veel stukken verdwenen en of losgeraakt. Aan ons de taak om het hekwerk weer helemaal compleet te maken. Van oude eiken moerbalken, uit kerken en kastelen, werden de verdwenen stukken bijgemaakt en weer in vorm gebeeldhouwd.  Deze hele klus heeft uiteindelijk, met 2 man, 2 jaar in beslag genomen.

Dit koorhek werd in het jaar 1531 gebouwd en is door ons in 1977 gerestaureerd en voorzien van onze initialen.

Tussen al deze werkzaamheden had ik nog wel wat tijd voor de liefde.
Op mijn 24e ontmoette ik mijn vrouw Trude waar ik  3 maanden later mee ben getrouwd. Samen met haar heb ik  twee geweldige dochters gekregen.
We woonden in Utrecht 4 hoog op een flat. Maar echt bevallen deed dat niet.
Een reden te meer om vaak  mijn broer Geo en zijn vrouw Joke in het Achterhoeks Aalten op te zoeken. Menige vakanties en weekenden hebben we daar doorgebracht. De mensen en de omgeving in de Achterhoek beviel reuze goed en het bracht ons rust.
Nadat ik werkloos werd was ik niet meer gebonden aan Utrecht en zette daarom een advertentie in de “Gelderlander” voor een woning. Eventueel achterstallig onderhoud was geen bezwaar.
Al snel meldde een huurder uit Silvolde zich. Hij had een huurcontract en wilde daarvan af. Ik werd in de gelegenheid gesteld dat contract over te nemen.

De eigenaar van het huis waarin we terecht kwamen was melkboer Kolks. Hij was met zijn zaak verhuisd naar het pand links ernaast zodat het huis vrij kwam voor verhuur.
Jammer genoeg was het huis  alles behalve veilig. De dakconstructie liet te wensen over en dreigde het te begeven. Na ruim 9 maanden werd het pand door de gemeente onbewoonbaar verklaard en moesten wij het pand verlaten. Ons werd het huis op de Dassenhof  50 aangeboden waar we inmiddels 36 jaar wonen.
De reden waarom we naar de achterhoek gingen was duidelijk, maar werk vinden viel behoorlijk tegen. Ik heb mijn tijd kunnen vullen met verschillende hobby’s.
Eén daarvan was filet – haakwerk.
In een oud frans handwerkblad genaamd “le filet ancien deel VIII” uit plm. 1920 vond ik een mooi patroon. De  “Store-paneau avec personnages, style louis XVI”.
In het blad vond ik onderstaande afbeelding die mij inspireerde om dit doek te haken.

http://www.antiquepatternlibrary.org/html/warm/B-YS018.htm

Het voorbeeld in het blad was maar 18,5 cm bij 11 cm groot. Deze heb ik ((met de kopieermachine)) vergroot naar A3 papier en daarna op millimeter papier ingetekend.
Het filet-haakwerk ben ik op de Ulftseweg begonnen en na de verhuizing op de Dassenhof afgemaakt en voorzien van een grenenhouten lijst.

Na het wandkleed in “louis XVI style in hedendaags filet haakwerk” kwam het idee bij me op om een “hedendaags tafereel in ouderwets filet knoopwerk” te maken.

Filet knoopwerk begint met het maken van een soort visnet met mazen van 5 bij 5 mm. In dit geval betekend dat een net van 580 mazen breed en 300 mazen hoog. (of te wel 2,90 mtr. bij 1,50 mtr.)

De foto van het dorpsgezicht met de Ulftseweg, is gemaakt door John Liebrand, vanaf het dak van Ulftseweg 46, voormalige boekhandel Harmelink, later boekhandel Wink en thans in gebruik als woonhuis.
Door transparant papier over de foto (40 bij 30 cm) te leggen kon ik de afbeelding overtrekken. Daarna heb ik de tekening op een lichtbak gelegd en de afbeelding op millimeterpapier over gezet zodat ik een tel-patroon had om mee te werken.
Toen begon het doorstopwerk, één op één neer, om de gewenste witte vlakken en lijnen op het net over te brengen.
Met een aluminium lijst eromheen was de vitrage klaar.

In die periode kon ik als vrijwilliger bij de kringloop gaan werken, deze was gevestigd in het oude gebouw van de ABTB aan de Molenweg. Het oude gemaal van de boerenbond. Daar kon ik me echt uitleven. Ik kon daar al mijn creativiteit in kwijt.
Buiten het recyclen om bedacht ik manieren om het werk makkelijker en efficiënter te maken. Zo bedacht ik me een apparaat om de freon uit de koelkasten te halen d.m.v. het aansluiten van oude lege butaangasflessen. Op deze manier kon de freon veilig verwijderd en opgeslagen worden zodat het verantwoord kon worden afgevoerd.
Een collega was speciaal aangesteld voor het repareren van wasmachines. Toen er een oude tandarts stoel binnen kwam, die elektrisch bedient kon worden, maakte ik daar een soort tillift van, zodat hij staande aan de wasmachines kon werken.
Verder bedacht ik een machine om van elektrische bedrading het koper en de mantel van elkaar te scheiden. Een machine waar we veel gebruik van hebben gemaakt.

De kringloop heb ik als een zeer prettige tijd ervaren.  Maar het werd tijd voor weer wat anders. In 1991 kreeg ik een Melkertbaan (later een ID baan) aangeboden als conciërge op basisschool “De Plakkenberg”. Waar ik 24 jaar, tot aan mijn pensioen, in dienst ben geweest.
Mijn werkzaamheden bestond voornamelijk uit de normale werkzaamheden die bij een conciërge hoort. Koffie en thee zetten, afwassen, kopiëren, repareren en nog vele andere klussen, zoals het bouwen van computertafels.
Ik herinner me nog dat mijn broer Geo een collega had die nogal handig was in bedenken en maken van cadeauverpakkingen. B.v. het maken van een miniatuur vleugel (muziekinstrument) die door op een voetpedaal te drukken de klep open ging waaronder het werkelijke cadeau (meestal geld) verborgen lag. Dat inspireerde mij om dat ook bij bijzondere gelegenheden voor  mijn collega’s te doen. In de loop der jaren zijn er al heel wat cadeauverpakkingen de revue gepasseerd.

De 2 poppen gemaakt van hout en gekleurd karton met een hoogte van  plm. 25 cm. Door het schaartje uit het schoonmaak karretje te halen opent zich een laatje met daarin het cadeau. In dit geval een opgevouwen briefje van 250 gulden.
De tweede schoonmaakster kon de stofzuigmond heen en weer schuiven en dan sprong de stofzuiger open, waarin haar cadeau (het geld) zat.

35 jaar lang werd de Dependance door de zelfde schoonmaakster schoon gehouden.
Op haar afscheid werd ze verrast met een door mij gemaakte maquette van de Dependance. De maquette heb ik  zo gedetailleerd mogelijk gemaakt, open slaande deurtjes, wc potjes met stortbakjes en zelfs met verlichting. Haar werkkast (onderste foto donkergrijs vlakje) was voorzien van een schuifdeur. Bij het openen daarvan kon ze bij haar cadeau.
De maquette heb ik aangeboden namens de hele school. Dit deed ik in het totale donker zodat de verlichting duidelijk was te zien. De afmeting van de maquette is plm. 50 x 30 cm met een hoogte van plm. 28 cm.

Momenteel staat hij in de vitrine bij de hoofdingang van het bejaardencentrum Schuylenburg

Een boekenkastje met de afmeting van plm.  30 cm hoog en  24 cm breed.Dit kastje bevatte 40 muziekcassettes.
Iedere collega zette op zo’n cassette zijn of haar favoriete muziek . De jarige collega was ernstig ziek en door deze muziekcassettes wilden de collega’s haar een beetje opbeuren.

Een met de hand gezaagd en uitgesneden schildersezel  met een hoogte van 30 cm.
Betreffende collega is een verwoed amateur kunstschilder. Dat bracht mij op het idee van de schildersezel. Op de enveloppe  staan al zijn collega’s afgebeeld en bevat een inhoud.

 

Het woord “Muziek” gefiguurzaagd uit een telefoonboek. De zaagsneden heb ik ingesmeerd met houtlijm om de vorm van een opengeslagen boek vast te houden.  Afm. Plm. 40 x14 cm.

Symbolisch tuinbankje  als afscheid voor de Directeur met de handtekeningen van al zijn collega’s. Op de spaarbank werd geld gestort op zijn naam zodat hij een echte tuinbank kon aanschaffen.

Betreffende collega wou voor zijn pensioentijd een fotocamera aanschaffen. Daarvoor is uiteraard geld  nodig. Het idee rees bij mij om hem dan een muntstuk in de vorm van een euro te schenken met daarin het  cadeau, in de vorm van geld, te verbergen. Ik gaf hem aan met het profiel van Beatrix met de woorden “Als je deze kop zat bent dan draai je hem gewoon om”.
Door de munt van de standaard te halen ontstaat er een holle ruimte in de munt waarin het geld verborgen zat.

Ook meester Wim wilde zich, nu hij tijd over heeft, in de fotografie storten. Om hem in zijn wens tegemoet te komen maakte ik een ouderwetse camera als cadeauverpakking. Een leuk moment was toen ik het toestel aan een professioneel fotograaf liet zien, hij keek er naar en vroeg: “Heb je die gerestaureerd?”.
Door aan een zwengel te draaien  gaat er een muziekdoosje spelen en een klep met een pluizig vogeltje erop gaat open, lach eens naar het vogeltje, en tevens komen er aan de onderkant zo’n 30 briefjes van 10 euro uitschuiven.
Toen meester Wim de briefjes op de grond zag vallen ging hij steeds sneller draaien in de hoop dat er geen einde aan kwam.

Naast al deze cadeauverpakkingen die ik voor collega’s maakte  kwam er af en toe ook wel een vriend of kennis met de vraag of ik ook voor hen iets wilde maken.

B.v. dit uit eikenhout gesneden visitekaartje en …….

Deze miniatuur barkrukjes voor een familielid van een collega

In het jaar 2000 bezochten mijn vrouw en ik de boekenmarkt in Bredevoort.
Een pocket-fotoboekje met de titel “Utrecht” trok mijn aandacht en kocht het. De meeste foto’s herkende ik wel, maar bij één foto was het niet alleen de herkenning maar riep bij  mij ook herinneringen op. Het waren de woorden “Doe maar net of jullie de eendjes aan ’t voeren zijn!” en mijn moeder die bezorgd vroeg  “Wie was dat en waarom?”

Pas na 43 jaar  kreeg ik het antwoord op die vragen! Het was  een fotograaf die een foto maakte voor een pocket-fotoboekje, voor toeristen in vier talen, over Utrecht.
Ik herkende de jongens op de foto direct en was benieuwd hoe het met ze ging. Na een korte zoektocht vond ik ze en nodigde ze uit om elkaar in een café nabij het park weer te ontmoeten.

Via internet vond ik nog eens drie pocketboekjes “Utrecht”. Mijn idee was om ze tijdens het gezellig weerzien aan mijn ex-klasgenoten aan te bieden. Tijdens het weerzien ontstond ook het idee om de rest van onze toenmalige klasgenootjes  op te sporen en uit te nodigen voor een klasse reünie.
De maker van een radioprogramma had mijn verhaal in de krant gelezen en wilde mij in zijn radio uitzending live interviewen. We spraken af dat hij op de dag zelf naar het café zou bellen.
Mijn dochter had haar eigen radio meegebracht zodat mijn klasgenoten het interview rechtsstreek via de radio konden volgen.
Een leuke bijkomstigheid was dat deze uitzending toevallig deze ene keer door Paul de Leeuw werd gepresenteerd.

Het totaal aantal leerlingen in de klas van 1958 betond uit 42 leerlingen en 1 leerkracht.
Door verschillende oproepen op internet te plaatsen heb ik 41 mensen gevonden en gesproken zelfs 7 leerkrachten uit die periode. 
De reünie werd een succes er was zelfs iemand uit Papoea-Nieuw-Guinea en één uit Frankrijk aanwezig.
Zoals ik al zei, het was een succes en het was reuze gezellig. Veel gelachen en leuke herinneringen opgehaald.
Of er nog een vervolg komt? Dat zal de toekomst uitwijzen.

Een andere hobby van me is een oldtimer.

In 1976 kocht ik een Citroën Traction Avant uit 1953. Het was een opknappertje, maar dat maakte het voor mij juist zo interessant.

Ik was behoorlijk trots op mijn Traction. Zeker toen mijn zusje vroeg om hem als trouwauto te mogen gebruiken.
Dat ik trots was op mijn Traction bleek wel uit het feit dat ik de auto helemaal met zwarte schoensmeer heb ingesmeerd en toen flink heb zitten boenen om hem glimmend te krijgen. Dit allemaal omdat ik mijn zusje een plezier wilde doen met een mooie diepzwart glimmende bruidswagen.
Dat ding glom als een spiegel en niemand had in de gaten dat de Traction als een schoen was opgepoetst.
Helaas overkwam me de euvele pech dat de Traction aan de linkerkant werd aangereden.
Het was een hele klus om de schade te herstellen maar het is me wel gelukt.
Doch de algehele toestand van de auto vroeg  om een totale restauratie. Daar zou veel tijd en geld in gaan zitten.

Het toeval wil dat bij een garage in Utrecht een Berliet 944 uit 1936 stond. Ook dit was een opknappertje. De vraag! Wordt het een auto uit 1954 waar er nog aardig wat van rond rijden, of word het een vooroorlogse auto waarvan er maar één in Nederland is. De keus was makkelijk gemaakt.  Ik ruilde de Traction met een kleine bijbetaling om voor de Berliet uit 1936.
Vanaf dat moment was ik de trotse bezitter van een Berliet Dauphine 944 uit 1936.

Na het maken van een plan van aanpak ben ik begonnen om de Berliet uit elkaar te halen zodat alle onderdelen apart bewerkt konden worden.
Als eerste heb ik de carrosserie verwijdert van cassis. Het plaatwerk kon worden gestraald en daarna met zinkchromaat en met pruimer gespoten. Dit om het plaatwerk tegen roest te beschermen.
Het geraamte van deze auto bestaat uit hout. D.w.z. dat het plaatwerk op een houten geraamte getimmerd wordt met vierkante gedraaide spijkers.

Dit hout was uiteraard ook aan vervanging toe. Ik heb het allemaal verwijdert en vernieuwd.
De metalen dashboard en de raamkozijnen heb ik vervolgens geschilderd in houtstructuur zoals het oorspronkelijk was.
Alle remkabels zijn vernieuwd. Deze waren speciaal en konden alleen door een botenspecialist worden geleverd.
Daarna heb ik de motor laten reviseren door twee jongens die veel ervaring hadden in het reviseren van Engelse racewagens. Voor hen een uitdaging om eens aan een Franse motor te werken.
Na de revisie ontdekte ik dat er een scheur in het motorblok zat. De scheur veroorzaakte een lekkage van het water naar de olie wat zeker niet ten goede komt aan de motor.
Helaas bleef verdere restauratie achterwege vanwege dit probleem en mijn werk.

De hoop en/of de wens dat één van mijn dochters een automonteur aan de haak zou slaan kwam helaas niet uit en zo verdween voorlopig de wens om de auto als trouwauto te kunnen verhuren.

Maar wie weet!!

 

Het theoretisch leren op  school was dramatisch. Wie weet,  misschien wel door mijn schedelbasisfractuur.

Tijdens de jaren van de  5e en 6e klas op de LOM school (speciaal onderwijs) bleek dat ik praktisch beter onderlegd was. Ik kreeg de gelegenheid om tijdens de handenarbeid dingen te creëren die ik zelf had bedacht.

Van triplex maakte ik o.a. een naaimachine waarvan de draaibeweging over ging in een op en neer gaande beweging van de naald.

Tijdens mijn LTS-opleiding zag de praktijkleraar al gauw dat ik meer in mijn mars had en liet hij me een zelf ontworpen eikenhouten naaidoosje maken  i.p.v. de standaard werkstukken  van vurenhout.

Al met al kan ik terugkijken op een mooi en waardevol (werkzaam) leven. Waar ik mijn creativiteit en vindingrijkheid kon verwezenlijken  en anderen kon verrassen en verblijden.

Nu ik bijna 70 jaar ben kijk ik terug op een mooi, creatief en bewogen leven  waarin mijn lieve vrouw en twee dochters een belangrijke rol hebben gespeeld.

Harm Warner

SilvoldePediA
Ulftseweg 26
7064 BD Silvolde
tel. 0315-342600 of 06-2300 3204
E-mail: robbiew52@gmail.com